Menu

Toewijding aan

uw zaak


BAX is uw belangrijkste partner op het gebied van gerechtigheid. Wij staan u bij op juridisch én belastingkundig gebied. Met ons team van gespecialiseerde advocaten en belastingkundigen is ieder vraagstuk in goede handen. Zo heeft u aan deskundigheid én daadkracht geen gebrek.

 

0314 - 375 500

 

Wij staan voor u klaar

UPDATE: Uitfasering pensioen in eigen beheer

21.12.2016 | door Arjen Drent

 

Op 20 december 2016, na het schrijven van onderstaande blog, heeft de Eerste Kamer, op verzoek van de Staatssecretaris besloten om de stemming over het wetsvoorstel “Wet uitfasering pensioen in eigen beheer” uit te stellen.   Aanleiding voor dit verzoek van de Staatssecretaris, zo staat te lezen in een aan de Eerste Kamer toegezonden brief, vormen signalen vanuit de praktijk dat met het oog op een ordentelijke besluitvorming nader onderzoek vereist is naar het gebruik van de mogelijkheden om de (toekomstige) indexatie van de opgebouwde pensioenaanspraken op het moment van afkoop of omzetting ten laste van de fiscale winst te brengen. De Staatssecretaris bereidt een novelle voor met daarin mogelijk een maatregel om de nadelige effecten te repareren. Ook zal daarin een wijziging van de datum van inwerkingtreding worden opgenomen.   Wij kijken uit naar de eventuele reparatie van de Staatssecretaris en de nieuwe datum inwerkingtreding. Wij houden u op de hoogte.   Uitfasering pensioen in eigen beheer Op Prinsjesdag 2016 is het wetsvoorstel uitfasering pensioen in eigen beheer ingediend met als beoogde ingangsdatum 1 januari 2017. Graag willen wij van deze gelegenheid gebruikmaken om de inhoud van dit wetsvoorstel met u te delen, alsmede de mogelijke gevolgen hiervan.   Het wetsvoorstel geeft directeuren-grootaandeelhouders (hierna: DGA’s) de mogelijkheid om hun pensioen in eigen beheer (hierna: PEB) in 2017, 2018 of 2019 tegen fiscale waarde af te kopen, waarbij een aanzienlijke belastingkorting wordt verleend, of hun PEB tegen fiscale waarde om te zetten in de spaarvariant Oudedagsverplichting (hierna: ODV). Ook bestaat de mogelijkheid om het bestaande PEB te handhaven. Bij al deze opties is een verdere opbouw niet mogelijk. De fiscale facilitering geldt ook voor reeds ingegane PEB, de reeds ingegane partner- en wezenpensioen, alsmede voor de reeds stopgezette pensioenopbouw van het PEB.   Handhaving bestaande pensioen in eigen beheer Bij de keuze om het bestaande PEB te handhaven blijft het huidige regime gehandhaafd, maar is een verdere dotatie aan het PEB niet meer mogelijk. Dit heeft tot gevolg dat het PEB als beklemd vermogen in de vennootschap blijft, hetgeen van invloed is op het dividendbeleid in de vorm van een mogelijke dividendklem. Ook zal de jaarlijkse actuariële berekening moeten worden gemaakt en blijft verder de verplichting bestaan om het pensioen levenslang uit te keren. Bij het premievrij maken van het PEB zal de toekomstige indexatie ineens moeten worden toegekend welke bij de vennootschap moet worden geactiveerd.    Uitfasering PEB Indien men ervoor kiest om het bestaande PEB om te zetten in een ODV, dan wel het bestaande PEB af te kopen, zal de bestaande PEB moeten worden afgestempeld van commerciële waarde naar fiscale waarde. Op basis van het wetsvoorstel kan dit zonder belastingheffing. Na voornoemde afstempeling zal er gekozen moeten worden voor de omzetting in een ODV dan wel voor afkoop. Deze keuze hangt voornamelijk af van de persoonlijke en financiële situatie van de DGA.   Omzetting tegen fiscale waarde in een ODV Zoals aangegeven, is bij deze keuze geen verdere pensioenopbouw mogelijk. De fiscale waarde van het bestaande PEB wordt op de balans opgenomen als een ODV, welke een fiscale voorziening betreft, en zal jaarlijks opgerent moeten worden met de marktrente (U-rendement). De voorziening dient bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd in ten minste 20 jaren gelijkmatig te worden afgebouwd, welke periode onder voorwaarden wordt verminderd met de reeds verstreken periode vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd. Bij de keuze voor omzetting in een ODV kan de DGA uiterlijk in 2019 alsnog overgaan tot afkoop.   De keuze voor de omzetting in een ODV heeft als gevolg dat dit ruimte creëert voor het doen van dividenduitkeringen, omdat de dividendklem op het verschil tussen de commerciële waarde (oud) en het nieuwe spaarsaldo komt te vervallen. Voorts hoeft er “slechts” opgerent te worden tegen het U-rendement, welke thans bedraagt -0,25 procent (oktober 2016). Indien ervoor gekozen wordt om het PEB (nog) niet af te kopen, maar om te zetten in de ODV blijft het vrijgekomen vermogen beschikbaar voor de onderneming.   Afkoop PEB De keuze voor de afkoop van de bestaande PEB (zowel ouderdomspensioen als nabestaandenpensioen) heeft tot gevolg dat de vennootschap weliswaar van de pensioenverplichting wordt bevrijd, maar hiervoor treedt in de plaats de opeisbare schuld aan de DGA alsmede de verschuldigde loonbelasting. Een gedeeltelijke afkoop is niet mogelijk en voorts dient de verschuldigde belasting in één keer te worden betaald. Kortom: dit vereist de nodige liquide middelen. Om hierin tegemoet te komen, kan er tegen een fiscale korting worden afgekocht. De voorgestelde korting bedraagt in 2017: 34,5 procent, in 2018: 25 procent en in 2019: 19,5 procent. Naast voornoemde korting is over de afkoop in deze jaren geen 20 procent revisierente verschuldigd. Bij de afkoop wordt uitgegaan van de fiscale waarde van het bestaande PEB per 31 december 2015.   De afkoop van het bestaande PEB biedt mogelijkheden voor financiële planning. U kunt bijvoorbeeld het vrijgekomen vermogen in privé houden of deze terugstorten in de vennootschap om bijvoorbeeld de rekening-courant af te lossen. Hierbij is van belang de wijziging in de tariefstructuur van de belastingheffing in box 3. Met het oog hierop is een van de vennootschap afgesplitste vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI), die het vrijgekomen vermogen belegt, zonder heffing van vennootschapsbelasting, het overwegen waard.   Wat nu? In de jaren 2017 t/m 2019 moet tot een keuze worden gekomen. Hierbij is van belang dat de DGA de opbouw van het PEB voor 1 januari 2017 stop moet zetten. Daarnaast kan uitstel van de keuze om het PEB om te zetten in de ODV aantrekkelijk zijn, omdat de PEB tot dat moment oprent tegen de 4 procent, welke hoger is dan het U-rendement welke voor de ODV heeft te gelden.   Aandachtspunten Bij het maken van een keuze spelen onderstaande aandachtspunten een rol:   wat is de huidige financiële positie van de DGA?; de toestemming (ex)partner is vereist, waarvoor de Belastingdienst formulieren zal publiceren; indien geen toestemming wordt gegeven, dan werkt de Belastingdienst niet mee aan de afkoop; de (wijze van) verdeling van pensioenaanspraken, met inbegrip van eventuele over- en onderbedeling en mogelijke verschuldigdheid van schenkbelasting; het correct verrichten van alle formele (administratieve) handelingen, zoals notulen algemene vergadering van aandeelhouders en de verwerking van de jaarrekening; de beoordeling of afkoop geen knelpunten oplevert in de liquiditeits- en solvabiliteitspositie van de vennootschap; het opstellen van een spaarreglement door de vennootschap; de mogelijke intentie van de DGA om te emigreren; bij een minderheidsaandelenpakket een mogelijke verschuldigdheid van schenkbelasting; het in aanmerking te nemen gebruikelijke loon.   Wij helpen u graag! Het wetsvoorstel noopt u, als DGA, tot het maken van een ingewikkelde keuze. Om tot een weloverwogen keuze te komen, zullen vele zaken in kaart moeten worden gebracht en vervolgens worden afgewogen. Wij zijn uiteraard bereid om u te adviseren en bij te staan bij het maken van uw keuze. In dat geval kunt u contact opnemen met één van onze specialisten.

Lees verder

Arbeidsongeschiktheid: compensatie in zicht

21.12.2016 | door Melissa Meffert

 

Een werkgever kan het UWV, na twee jaar arbeidsongeschiktheid van de werknemer, verzoeken om toestemming voor opzegging van de arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid, indien de werknemer de bedongen arbeid niet meer kan verrichten wegens ziekte of gebreken en het aannemelijk is dat er binnen 26 weken geen herstel zal optreden en er binnen die periode geen passende arbeid is. De werkgever dient bij beëindiging dan wel de transitievergoeding aan de werknemer te betalen. Dat verbaast, gezien het doel van de transitievergoeding. De transitievergoeding is immers bedoeld om de transitie naar ander werk te vergemakkelijken. Daarvan is echter geen sprake, indien de werknemer volledig arbeidsongeschikt is. Deze verplichting wordt – na een loondoorbetalingsplicht van 2 jaar – door veel werkgevers als onredelijk gezien.    “Slapend dienstverband” Om betaling van de transitievergoeding te voorkomen, komt het in de praktijk voor dat werkgevers besluiten de arbeidsovereenkomst na twee jaar ziekte niet te beëindigen. Er is dan sprake van een zogenaamd “slapend dienstverband”. De arbeidsovereenkomst loopt door, terwijl er geen arbeid meer wordt verricht en er ook geen loon meer wordt betaald. De arbeidsovereenkomst is in die situatie een lege huls geworden. Er bestond aanvankelijk enige onduidelijkheid met betrekking tot de toelaatbaarheid van zo’n “slapend dienstverband”. Uit de rechtspraak blijkt inmiddels dat een werkgever niet ernstig verwijtbaar handelt, indien een “slapend dienstverband” in stand wordt gehouden. Een werknemer die in die situatie zelf om ontbinding verzoekt, heeft in beginsel dan ook geen recht op een transitievergoeding en/of een billijke vergoeding.    De risico’s  De werkgever dient zich wel te realiseren dat een “slapend dienstverband” niet risicoloos is. De mogelijkheid bestaat immers dat de werknemer op een gegeven moment weer (gedeeltelijk) arbeidsgeschikt wordt, in welk geval de werknemer aanspraak kan maken op (gedeeltelijke) werkhervatting en loondoorbetaling. De arbeidsovereenkomst bestaat immers nog. Als de werkgever de arbeidsovereenkomst dan alsnog wil beëindigen, kan dit niet meer op grond van langdurige arbeidsongeschiktheid, maar dient er sprake te zijn van een andere voldragen ontslaggrond. Daarnaast is de werkgever – door de inmiddels verstreken tijd – bij beëindiging een hogere transitievergoeding aan de werknemer verschuldigd, omdat de jaren van arbeidsongeschiktheid meetellen bij de berekening van de transitievergoeding.   Algemeen Werkloosheidsfonds Om werkgevers – die na twee jaar arbeidsongeschiktheid de transitievergoeding moeten betalen – te compenseren, is recent een wetsvoorstel ingediend dat er in hoofdlijnen op neer komt dat werkgevers in voornoemde situatie nog wel een transitievergoeding moeten betalen, maar daarvoor financieel worden gecompenseerd. Deze compensatie wordt gefinancierd vanuit het Algemeen werkloosheidsfonds (AWf), zodat de (uniforme) AWf-premie zal worden verhoogd, hetgeen betekent dat de werkgevers een deel van de compensatie zelf betalen. Er bestaat echter nog de nodige onduidelijkheid met betrekking tot het recht op compensatie en de voorwaarden die daarvoor gelden. Een belangrijke vraag is of de werkgever ook aanspraak op de compensatie kan maken, indien betaling van een beëindigingsvergoeding wordt overeengekomen in een beëindigingsovereenkomst. Er is dan immers formeel geen sprake van een verplichting om een transitievergoeding te betalen.   Het was de bedoeling om de compensatieregeling per 1 januari 2018 in werking te laten treden. Inmiddels is duidelijk geworden dat dit niet haalbaar is, zodat de beoogde ingangsdatum nu 1 januari 2019 is. Van belang is evenwel dat het de bedoeling is dat de compensatieregeling terugwerkende kracht heeft tot 1 juli 2015, zodat de compensatieregeling ook geldt voor de transitievergoedingen die in de periode van 1 juli 2015 tot het moment van inwerkingtreding van de compensatieregeling zijn betaald. Vanwege deze terugwerkende kracht is het voor werkgevers dan ook van belang om hun administratie met betrekking tot de beëindiging van arbeidsovereenkomsten wegens langdurige arbeidsongeschiktheid goed te bewaren.    Wij helpen u graag! Wilt u meer weten over de compensatieregeling of de beëindiging van een arbeidsovereenkomst in geval van langdurige arbeidsongeschiktheid, dan kunt u contact opnemen met één van de specialisten arbeidsrecht van BAX advocaten belastingkundigen.

Lees verder

Wet Doorstroming Huurmarkt

21.12.2016 | door Manon Engbers

 

Sinds 1 juli 2016 is de Wet Doorstroming Huurmarkt in werking getreden. De wet maakt het mogelijk om zelfstandige woonruimte voor een bepaalde tijd van maximaal twee jaar te verhuren (onzelfstandige woonruimte voor de duur van maximaal vijf jaar). Let wel, een verhuurder (niet zijnde een woningcorporatie) kan slechts één keer een zelfstandige woning aan dezelfde huurder verhuren voor een periode van twee jaar of korter. Een tweede huurovereenkomst met dezelfde huurder wordt aangemerkt als een reguliere huurovereenkomst voor onbepaalde tijd.    Schriftelijke mededeling Deze huurovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt zonder dat daartoe een opzegging is vereist. De verhuurder dient de huurder tijdig (maximaal drie maanden en minimaal één maand voor het einde van de huurovereenkomst) te informeren over het eindigen van de huurovereenkomst. Deze mededeling dient schriftelijk te geschieden. In dat geval heeft een huurder geen recht op huurbescherming. Indien de verhuurder verzuimt een huurder tijdig in kennis te stellen van het einde van de huurovereenkomst, heeft de huurovereenkomst te gelden als een reguliere huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Dit kan nadelig zijn voor een verhuurder, zodat het raadzaam is deze termijn goed te bewaken. Voor een huurder geldt dat hij de huurovereenkomst dient op te zeggen als hij wenst te voorkomen dat de huurovereenkomst voor bepaalde tijd overgaat in een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd.   Mogelijke situaties De nieuwe wet lijkt eenvoudig. Toch geeft de wet geen volstrekte duidelijkheid in alle situaties. Wat bijvoorbeeld te denken van de navolgende situaties?   Ontstaat er een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd in het geval een zelfstandige woonruimte voor de tweede keer aan dezelfde huurder wordt verhuurd, maar met een tussenpoos van bijvoorbeeld zes maanden? Ontstaat er een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd in het geval aan dezelfde huurder eerst voor twee jaar zelfstandige woonruimte A wordt verhuurd en aansluitend voor twee jaar zelfstandige woonruimte B? Ontstaat er een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd indien een zelfstandige woonruimte voor de duur van twee jaar wordt verhuurd aan A, waarin A en B samenwonen, en vervolgens de zelfstandige woonruimte voor een aansluitende periode van twee jaar wordt verhuurd aan B? Ontstaat er een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd indien de zelfstandige woonruimte voor de duur van twee jaar wordt verhuurd na afloop van bijvoorbeeld een huurovereenkomst onder de leegstandwet, een bruikleenovereenkomst dan wel een huurovereenkomst welke naar zijn aard slechts van korte duur is?   Wij helpen u graag! De komende tijd zal duidelijk moeten worden hoe rechters in de praktijk met deze vraagstukken zullen omgaan. Wij zullen de jurisprudentie op dit vlak voor u nauwgezet volgen. Wilt u graag meer informatie dan kunt u contact opnemen met één van de huurrechtspecialisten van BAX advocaten belastingkundigen.

Lees verder

Advocatuur

Advocatuur

Uw zaak is onze zaak. U vindt bij BAX gepassioneerde advocaten die strijden voor uw belangen om het optimale resultaat voor u over de streep te trekken.

Over advocatuur

Belastingrecht

Belastingrecht

De gedreven belastingkundigen van BAX weten de weg in het fiscale landschap. Wij stropen graag onze mouwen op wanneer wij met kennis en denkkracht in de fiscale regelgeving duiken.

Over belastingrecht

Actief en actueel

 

Wij delen graag onze kennis en benutten daarbij de kracht van social media. Met de nieuwsbrief en onze openhartige blogs blijft u op de hoogte van actuele ontwikkelingen in ons werkveld.

Medewerkers ontmoeten

Medewerkers ontmoeten

De interne samenwerking tussen dertien advocaten, drie fiscaaljuristen en een team van stafmedewerkers is uniek in de Achterhoek.

Medewerkers

Op de hoogte blijven?

Op de hoogte blijven?

Onze advocaten en belastingkundigen informeren u graag over actuele ontwikkelingen op het gebied van recht en jurisprudentie.

Lees ons nieuws

(ON)TEVREDEN over BAX?

 

Start onderzoek

BAX advocaten belastingkundigen

Edisonstraat 86

7006 RE Doetinchem

0314 - 375 500

info@baxadvocaten.nl