Menu

Toewijding aan

uw zaak

 

BAX is uw belangrijkste ondersteuning op het gebied van gerechtigheid. Wij staan u bij op juridisch én belastingkundig gebied. Met een team van vijftien gespecialiseerde advocaten en belastingkundigen is ieder probleem of vraagstuk in goede handen. Zo heeft u aan deskundigheid en daadkracht geen gebrek.

 

0314 - 375 500

 

Uw rechterhanden

Nieuwe regeling verzekeringsplicht DGA

10.05.2016 | door arjen drent

 

Per 1 januari 2016 heeft de nieuwe Regeling Aanwijzing Directeur-grootaandeelhouder, de sinds 1997 geldende ministeriële regeling, vervangen. Deze regeling bepaalt wanneer statutaire bestuurders van een N.V., B.V. of een naar buitenlands recht opgerichte vennootschap met een in aandelen verdeeld kapitaal, als directeur-grootaandeelhouder (DGA) worden beschouwd. Een DGA is niet premieplichtig voor de werknemersverzekeringen, maar heeft ook geen recht op eventuele uitkering van de werknemersverzekeringen (ZW, WIA, WW, WAO).    WAT BETEKENT DE NIEUWE REGELING? De noodzaak van de nieuwe regeling was de introductie van de Flex-B.V. op 1 oktober 2012. De regeling gaat er vanuit dat er geen reële gezagsverhouding is tussen de vennootschap en haar bestuurder, als de bestuurder zelf doorslaggevend over zijn ontslag kan besluiten. Wanneer een bestuurder niet in een ondergeschikte positie verkeert, is er geen sprake van werknemerschap voor de werknemersverzekeringen en is de bestuurder niet premieplichtig. De aanwezigheid van een gezagsverhouding is, net zoals bij de oude regelgeving, doorslaggevend.   BAX heeft de belangrijkste criteria voor het bepalen van de DGA voor u op een rij gezet. Onder een DGA wordt verstaan:   a) een bestuurder die, al dan niet tezamen met zijn echtgenoot, houder is van een zodanig aantal aandelen, dat hij op grond van de statuten over zijn eigen ontslag kan besluiten; b) een bestuurder die, tezamen met bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad, al dan niet tezamen met zijn echtgenoot, houder is van aandelen die ten minste twee derde van de stemmen vertegenwoordigen, zodat hij over zijn ontslag kan besluiten; c) een bestuurder die een zodanige zeggenschap heeft, door tussenkomst van een rechtspersoon waarvan hij bestuurder is of door een vennootschap waarvan hij aandelen houdt, dat hij hierdoor doorslaggevend over zijn ontslag kan besluiten. De relatie tot de bloed- en aanverwanten is hierop eveneens van toepassing; d) bestuurders die samen alle aandelen van de vennootschap bezitten en als aandeelhouders een gelijk of nagenoeg gelijk deel van het kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigen. Deze regeling geldt ook voor de middellijk gehouden aandelen door tussenkomst van een rechtspersoon waarvan hij bestuurder is of door tussenkomst van een vennootschap waarvan hij aandelen houdt (nevengeschiktheid).   WAT IS HET VERSCHIL MET DE OUDE SITUATIE? BAX heeft het verschil tussen de oude en de nieuwe regeling voor u samengevat.   In de nieuwe regeling heeft een bestuurder niet langer de mogelijkheid om bij het UWV aan te tonen dat er sprake is van ondergeschiktheid. De toepasselijkheid van de regeling op de indirect bestuurde is uitgebreid ten opzichte van de oude regeling, waardoor er minder snel sprake is van premieplicht. Voor de onder a), b) en c) genoemde criteria is het begrip ‘echtgenoot’ gewijzigd nu de geregistreerde partner ook onder dit begrip valt. Voor de nieuwe regeling telt het aandelenbezit van de bestuurder mee voor beantwoording van de vraag of ten minste twee derde van de stemrechten binnen de familiekring worden gehouden (zie criterium b). Dit was in de oude regeling volgens de Hoge Raad niet het geval.  Voor het criterium onder d) (nevengeschiktheid) is onder de nieuwe regeling vereist dat de bestuurders gezamenlijk alle aandelen in de vennootschap bezitten.   NIEUWE BEOORDELING ARBEIDSVERHOUDING De nieuwe regels gelden per 1 januari 2016 omdat de regeling op diverse punten afwijkt van de oude regeling en is ingevoerd zonder te voorzien in overgangsrecht. Vanwege de genoemde afwijkingen in de regeling zal de arbeidsverhouding van de DGA opnieuw beoordeeld moeten worden. In het bijzonder geldt dat voor de gevallen waarin:   bestuurders louter op grond van de uitspraak van de Hoge Raad premieplichtig zijn; een bestuurder op zijn verzoek door het UWV niet als DGA is aangemerkt; via een houdster- of management B.V. werkzaamheden worden verricht voor werkmaatschappijen; sprake is van een gespreid aandelenbezit; er een meewerkende partner is; de aandelen zijn gecertificeerd; er meewerkende familieleden zijn van bestuurder.   TERUGGAVE VAN PREMIE Wanneer de nieuwe regeling de situatie heeft gewijzigd, waardoor de premieplicht per 1 januari 2016 is komen te vervallen, zijn de premies niet langer verschuldigd. Eventueel ten onrechte ingehouden en afgedragen premies kunnen bij de Belastingdienst worden teruggevraagd. VOOR AL UW VRAGEN EEN CONCREET ADVIES   Mocht u als statutair bestuurder nog niet aan een herbeoordeling zijn toegekomen, zijn er ten onrechte premies ingehouden en afgedragen of bent u benieuwd naar uw mogelijkheden met betrekking tot de premieplicht? Neem dan gerust contact op met onze specialisten Arjen Drent of mr. Jeroen Aalberts. Wij voorzien u graag van een concreet advies. 

Lees verder

Het einde van de VAR: opdrachtgevers opgepast!

10.05.2016 | door melissa meffert

 

Het is er – na lange tijd en de nodige kritiek – per 1 mei 2016 dan toch van gekomen, de Verklaring Arbeidsrelatie (“VAR”) is niet langer geldig. Op 2 februari 2016 heeft ook de Eerste Kamer groen licht gegeven voor de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (“Wet DBA”). Daardoor gaat het huidige systeem voor de (fiscale) kwalificatie van de arbeidsrelatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer door middel van de VAR op de schop.     INHOUDINGS- EN PREMIEPLICHT   In het fiscaal recht en het sociale zekerheidsrecht wordt onderscheid gemaakt tussen zelfstandigen en werknemers. Dit onderscheid is van belang voor het antwoord op de vraag of er sprake is van een inhoudings- en premieplicht voor de loonheffingen en een verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen.   DE ZEKERHEID VAN DE VAR Op basis van de oude wetgeving kon de opdrachtnemer een VAR aanvragen bij de Belastingdienst, waarmee gedurende 1 jaar zekerheid werd verkregen over de fiscale status van de inkomsten, die voortvloeiden uit de arbeidsrelatie tussen een opdrachtgever en opdrachtnemer.   Wanneer de opdrachtnemer in het bezit was van een VAR – winst uit onderneming (“VAR WUO”) had de opdrachtgever de zekerheid dat hij geen loonheffing en sociale premies in hoefde te houden. Ook als achteraf bleek dat de VAR WUO ten onrechte was afgegeven (met uitzondering van fraude). De opdrachtgever was, met een VAR WUO van de opdrachtnemer, gevrijwaard van mogelijke naheffingsaanslagen. De Belastingdienst kon zich alleen op de opdrachtnemer verhalen. De opdrachtgever bleef buiten schot. De Wet DBA brengt hier verandering in.   VERANTWOORDELIJKHEID IN BALANS Met de Wet DBA is de verantwoordelijkheid van de opdrachtnemer en opdrachtgever bij het beoordelen van hun arbeidsrelatie in balans gebracht. De opdrachtgever is nu ook verantwoordelijk, waarmee de handhavingsmogelijkheden worden verbeterd en schijnzelfstandigheid kan worden teruggedrongen.   Op basis van de Wet DBA wordt gewerkt met vooraf beoordeelde (model-)overeenkomsten. Opdrachtgever en opdrachtnemer kunnen gebruik maken van een modelovereenkomst van de Belastingdienst, waarvan reeds is geoordeeld dat er géén sprake is van een dienstbetrekking. Ook kan er een eigen overeenkomst ter beoordeling aan de Belastingdienst worden voorgelegd. Deze regeling beoogt partijen op voorhand zekerheid te verschaffen over de (fiscale) kwalificatie van de samenwerking.   VERRICHTE ARBEID Als partijen gebruik maken van een goedgekeurde (model-)overeenkomst staat vast dat de arbeidsverhouding tussen partijen géén dienstbetrekking voor de loonheffingen inhoudt, zodat de opdrachtgever gedurende een periode van 5 jaar geen loonheffingen en sociale premies hoeft af te dragen. Het is daarbij wel van groot belang, dat de arbeid conform de goedgekeurde overeenkomst wordt verricht. Indien de Belastingdienst constateert dat dit niet het geval is, kunnen zowel de opdrachtnemer als de opdrachtgever alsnog worden aangesproken tot afdracht van loonheffing en sociale premies.   OPDRACHTGEVERS NIET LANGER GEVRIJWAARD De goedgekeurde (model-)overeenkomst heeft – in tegenstelling tot een VAR WUO – géén vrijwarende werking voor de opdrachtgever. Het risico op naheffing ligt niet meer uitsluitend bij de opdrachtnemer, maar ook bij de opdrachtgever. Om naheffingsaanslagen te voorkomen, zal de opdrachtgever er dan ook op moeten toezien dat er conform de goedgekeurde overeenkomst wordt gehandeld.   OVERGANGSPERIODE Om partijen de tijd te geven zich aan te passen aan de nieuwe wetgeving, geldt er van 1 mei 2016 tot 1 mei 2017 een overgangsperiode. De Belastingdienst zal in die periode wel toezicht houden, maar terughoudend handhaven en zo nodig waarschuwingen geven. Daarnaast heeft de Belastingdienst een handreiking gepubliceerd, waarin het beoordelingskader van de Wet DBA uiteengezet wordt.   WIJ HELPEN U GRAAG! Wilt u meer weten over de (gevolgen van de) Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties en ervoor zorgen dat u tijdig en goed op de nieuwe wetgeving bent voorbereid, dan kunt u contact opnemen met één van de specialisten arbeidsrecht van BAX advocaten belastingkundigen: mr. Melissa Meffert, mr. Mike Timmer of mr. Vincent Jongerius.

Lees verder

Vraag juridisch advies en communiceer!

10.05.2016 | door mike timmer

 

De rechtbank Zeeland-West-Brabant was in haar vonnis van 8 maart 2016 zeer duidelijk. Een directeur groot aandeelhouder (DGA) is aansprakelijk voor openstaande belastingschulden (alsmede de boetes, rente en kosten) als de DGA wel zijn eigen salaris betaalt, maar de belastingschuld van de onderneming niet voldoet en verder laat oplopen. Daarbij vond de rechtbank dat het niet van belang was of er al dan niet een melding van betalingsonmacht was gedaan. Aan de hand van de volgende zaak geven wij u graag uitleg over dit vonnis.   DE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE DGA   De DGA was bestuurder van twee ondernemingen die sinds 2007 een fiscale eenheid vormden voor de omzetbelasting (BTW). Toen één van de ondernemingen failliet werd verklaard, werd de fiscale eenheid in 2013 doorbroken. Vervolgens werden vijf naheffingsaanslagen BTW aan de fiscale eenheid opgelegd over de periode van 2011 tot en met 2013. De naheffingsaanslagen bleven onbetaald. De inspecteur stelde de DGA van de niet gefailleerde onderneming daarom aansprakelijk voor de naheffingsaanslagen, inclusief de boete c.a.   OP NAAR DE RECHTER Omdat de DGA het niet eens was met deze aansprakelijkheid, stapte hij naar de rechter. Daar stelde hij dat de failliete onderneming schuldig was aan het ontstaan van de belastingschuld. Bovendien vond hij het bedrag waarvoor hij aansprakelijk gesteld was te hoog en zou de inspecteur ten onrechte geen rekening hebben gehouden met de melding betalingsonmacht.   Volgens de rechter was dat alles in het geheel niet relevant. De DGA was tijdens het ontstaan van de belastingschulden bestuurder van de gefailleerde onderneming en bovendien was gebleken dat de DGA steeds het hem toekomende salaris had ontvangen, terwijl de BTW schuld opliep. De rechter vond dat de DGA er als bestuurder van de onderneming voor had moeten zorgen dat de belastingen tijdig betaald werden.   VOORKOM VERVELENDE SITUATIES Als uw onderneming in zwaar weer verkeert, is het van belang om tijdig juridisch advies in te winnen. Feitelijke gedragingen van de bestuurder (kort) voorafgaand aan het faillissement worden immers logischerwijze door de curator in volle omvang getoetst. Dit betekent onder andere dat de bestuurder zijn eigen belangen niet boven de belangen van schuldeisers mag stellen en dat hij in het belang van de onderneming heeft te ondernemen. VRAAG ADVIES!   Veel gedragingen zullen de toets der kritiek uiteindelijk niet doorstaan. Toch zijn er mogelijkheden om een onderneming uit het zware weer te krijgen. Wilt u graag advies of meer informatie over de mogelijkheden voor uw onderneming? Neem dan contact op met één van onze specialisten ondernemingsrecht: mr. Bjorn Harbers, mr. Vincent Jongerius of mr. Mike Timmer.

Lees verder

Advocatuur

Advocatuur

U vindt bij BAX gepassioneerde advocaten die er alles aan doen om de zaak zo adequaat mogelijk af te handelen. Uw probleem is bij ons in bekwame handen.

Over advocatuur

Belastingrecht

Belastingrecht

U vindt bij BAX scherpzinnige en nuchtere belastingkundigen die de weg weten in het fiscale landschap. De fiscale regelgeving benutten we optimaal.

Over belastingrecht

Actief en actueel

 

Wij spreken ons graag uit en delen onze kennis. We benutten de kracht van social media op Twitter, Facebook en LinkedIn en schrijven actuele, openhartige blogs over ons werkveld. 

Medewerkers ontmoeten

Medewerkers ontmoeten

Met dertien advocaten, drie fiscaaljuristen en een team van stafmedewerkers spelen we een belangrijke rol in het rechtsverkeer.

Medewerkers

Op de hoogte blijven?

Op de hoogte blijven?

Onze advocaten en belastingkundigen informeren u graag over belangrijke veranderingen op het gebied van recht en jurisprudentie.

Lees ons nieuws

(ON)TEVREDEN over BAX?

 

Start onderzoek

BAX advocaten belastingkundigen

Edisonstraat 86

7006 RE Doetinchem

0314 - 375 500

info@baxadvocaten.nl