Menu

Toewijding aan

uw zaak


BAX is uw belangrijkste partner op het gebied van gerechtigheid. Wij staan u bij op juridisch én belastingkundig gebied. Met ons team van gespecialiseerde advocaten en belastingkundigen is ieder vraagstuk in goede handen. Zo heeft u aan deskundigheid én daadkracht geen gebrek.

 

0314 - 375 500

 

Wij staan voor u klaar

Kennisgeving te vroeg of te laat: consequenties?

21.08.2019 | door Manon Engbers

 

Het is inmiddels drie jaar geleden dat de “Wet Doorstroming huurmarkt 2015” op 1 juli 2016 is ingevoerd. Drie jaar hebben de nodige rechters het hoofd gebogen over de vraag hoe moet worden omgegaan met een te late of te vroege aanzegging. De uitkomsten zijn uiteenlopend.   Strikte handhaving Bij een tijdelijke huurovereenkomst is de verhuurder gehouden de huurder schriftelijk te informeren over de dag waarop de huurovereenkomst eindigt. Deze kennisgeving mag niet eerder dan drie maanden en niet later dan één maand voorafgaand aan het einde van de huurovereenkomst worden gedaan. De wetgever heeft beoogd dat deze termijn strikt zou worden geïnterpreteerd en dat de rechter een ontijdige aanzegging in principe niet kan herstellen.   Rechtspraak Gelukkig voor de verhuurders wordt deze strikte toepassing door rechters niet altijd gevolgd. Over het algemeen wordt deze termijn strikt gehanteerd, maar in een beperkt aantal uitspraken gaat de rechter hier wat soepeler mee om, zoals in de uitspraak van de Kantonrechter te Zwolle d.d. 28 maart 2018 (ECLI:NL:RBOVE:2018:1628) en de kantonrechter te Utrecht d.d. 4 december 2018 (ECLI:NL:RBMNE:2018:5957). In beide kwesties ging het om een te vroege kennisgeving. Hetgeen meewoog bij deze uitspraken is dat de huurder niet in zijn/ haar belangen is geschaad vanwege de niet tijdige kennisgeving.   Echter, de meerderheid van de uitspraken over de tijdige kennisgeving laten wel een strikte handhaving zien, zowel bij te late als te vroege kennisgevingen. De kantonrechter in Leeuwarden oordeelde op 19 december 2018 (ECLI:NL:RBNNE:2018:5073) zelfs dat welliswaar moeilijk voor te stellen was in welk belang de huurder is geschaad door de te vroege kennisgeving, maar dat het beroep van de verhuurder op de redelijkheid en billijkheid – ondanks dit gegeven – niet op ging. Naar het oordeel van de rechter laat de wettekst voor wat betreft de termijn waarbinnen de kennisgeving dient plaats te vinden niets aan duidelijk te wensen over. Hieruit blijkt maar weer dat het in de (lagere) rechtspraak vooralsnog twee kanten op kan gaan in geval van een te vroege kennisgeving.   Het gevolg van een niet tijdige kennisgeving is dat er een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat, waarbij een huurder huurbescherming geniet. Dit heeft voor een verhuurder verstrekkende gevolgen.   Meer weten? Ik houd de ontwikkelingen in de (hogere) rechtspraak op dit vlak de komende periode in de gaten en de tijd zal het leren of er meer eenduidigheid zal komen. Dit zal zowel voor verhuurders als voor huurders gewenst zijn. Wilt u meer informatie, neem dan gerust contact met ons op.   Lees ook eens: concerngaranties ingeval van faillissement huurder, geen sluiting bedrijfspand na hennepplantage

Lees verder

Aanspraak op geboorteverlof verruimd (deel 2)

03.07.2019 | door Maarten Korthuis

 

Per 1 juli 2020 kan onder omstandigheden aanspraak gemaakt worden op aanvullend geboorte verlof. Dat is een gevolg van de inwerkingtreding van de Wet Invoering Extra Geboorteverlof, kortweg “WIEG”. In deze blog wordt het wie, wat en wanneer van het extra geboorteverlof op een rijtje gezet.   Voor wie geldt het aanvullend geboorteverlof? Het aanvullend geboorteverlof geldt voor een werknemer (niet een zelfstandige), wiens relatie tot de moeder is:   de echtgenoot of de geregistreerde partner of degene met wie de moeder ongehuwd samenwoont of degene die het kind erkent.   Wat is aanvullend geboorteverlof? Aanvullend geboorteverlof is het recht van de partner op verlof van maximaal 5 maal de arbeidsduur per week. De aanspraak op geboorteverlof geldt slechts voor kinderen die na 1 juli 2020 worden geboren. Het aanvullend geboorteverlof dient door de partner in gehele weken te worden aangevraagd, maar kan in overleg met de werkgever wel flexibel worden opgenomen. Het recht op aanvullend geboorteverlof bestaat slechts, als het geboorteverlof (aanspraak op geboorteverlof deel één) volledig is opgenomen en dient daarnaast binnen 26 weken na de dag van de bevalling te zijn opgenomen. Is het geboorteverlof niet opgenomen dan bestaat geen recht op aanvullend geboorteverlof. Anders dan bij het geboorteverlof kan de werkgever na overleg met werknemer vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen de door de werknemer verzochte opnametijdstippen van het aanvullend geboorteverlof wijzigen. In principe dient het aanvullend geboorteverlof door de werknemer tenminste 4 weken voor de opname te worden aangevraagd. Een aanvraag kan zowel schriftelijk als per e-mail plaatsvinden. Wanneer een werknemer uit dienst treedt bij de ene werkgever en in dienst treedt bij de andere werkgever, in de periode dat het aanvullend geboorteverlof nog niet volledig is opgenomen, kan het restant van het aanvullend geboorteverlof bij de opvolgend werkgever worden opgenomen. Voorwaarde daarbij is wel dat de periode van 26 weken na de bevalling nog niet is verstreken. Op verzoek van de werknemer is de oude werkgever gehouden een verklaring af te geven waaruit de resterende aanspraak op aanvullend geboorteverlof blijkt.   Betaald of onbetaald? Gedurende het aanvullend geboorteverlof heeft de werknemer geen recht op loon wel kan aanspraak gemaakt worden op een uitkering op grond van de WAZO van 70% van het salaris met als maximum 70% van het wettelijk (maximum) dagloon. Als het salaris van een werknemer boven het wettelijk maximumdagloon uitkomt, is de uitkering dus beperkt tot 70% van het maximumdagloon. De aanvraag voor de WAZO-uitkering vindt plaats via een door het UWV op haar website beschikbaar te stellen formulier. De werkgever is belast met het indienen van de aanvraag op verzoek van de werknemer. Aanvraag kan slechts eenmaal plaatsvinden. De werknemer kan ervoor kiezen om de uitkering aan te vragen tot vier weken na de laatste dag van het opgenomen verlof. Als onduidelijk is wanneer het verlof opgenomen zal worden of hoeveel verlof wordt opgenomen, kan het zinvol zijn achteraf de aanvraag in te dienen. De uitkering vindt dan pas plaats nadat het verlof is genoten. Het UWV voldoet de WAZO-uitkering aan de werkgever. De werkgever is vervolgens gehouden de uitkering te voldoen aan de partner die aanvullend geboorteverlof opneemt.   Meer weten? Kortom naast het volledig door een werkgever betaalde geboorteverlof bestaat onder omstandigheden recht op aanvullend geboorteverlof. Daarbij wordt door het UWV maximaal 70% van het loon van een werknemer met als maximum het voor de werknemer geldende wettelijke maximumdagloon voldaan, mits aan alle voorwaarden is voldaan. Wilt u meer weten over het aanvullend geboorteverlof neem dan gerust contact met ons op.   Lees ook eens: Aanspraak op geboorteverlof verruimd (deel 1), compensatieregeling transitievergoeding, ontbijtsessies tijdens BAXAT8  

Lees verder

Terugblik op 36 jaar advocatuur

28.06.2019 | door Dolf Prinsen

 

Binnenkort komt er een einde aan mijn arbeidzame leven in de advocatuur. Eind juni a.s. neem ik afscheid van BAX, het kantoor waar ik in september 1991 ben begonnen. Toen heette het nog Bax & Van Herpt en was het kantoor gevestigd in een woning aan de Prins Hendrikstraat in Doetinchem. Voorafgaand aan mijn komst naar de Achterhoek, -mijn geboortestreek-, werkte ik acht jaren in de advocatuur in Leeuwarden.   Vanaf begin 1983, het moment van mijn beëdiging, heb ik dus meer dan 35 jaar rechtshulp mogen verlenen, grotendeels in de familiepraktijk. De laatste ongeveer 25 jaar wisselde ik het voeren van gerechtelijke procedures af met mediation, de zogenaamde alternatieve geschillenoplossing.   Is er veel veranderd? Zo nu en dan krijg ik de vraag voorgelegd of er in ruim 35 jaar advocatuur “veel is veranderd”. Over het antwoord hoef ik dan nooit lang na te denken. Het luidt steevast: “Nee, dat valt erg mee“. De afgelopen decennia heb ik duizenden contacten gehad met cliënten met steeds wisselende vragen, die in de kern neerkwamen op dezelfde emotie. Het merendeel betrof echtscheidingssituaties. Deze worden in de beginfase vaak gekenmerkt door gevoelens van teleurstelling in de andere partner, boosheid, verdriet, gebrek aan toekomstperspectief en slechte onderlinge communicatie.   In wet en rechtspraak (jurisprudentie) zijn regels ontwikkeld die betrekking hebben op rechten en verplichtingen van de echtelieden. Regelmatig werd door de rechtzoekende verondersteld dat het toepassen van een bepaald wetsartikel automatisch de juridisch juiste oplossing met zich mee zou brengen. Het zal niet verbazen dat de praktijk gecompliceerder is, omdat in elke zaak de feiten verschillen.   Zoals vermeld, elke situatie is anders en met de vaak door mij gehoorde opmerking “mijn collega verdient hetzelfde als ik en betaalt veel minder alimentatie” of “ik heb gelezen dat het belang van het kind altijd voorop staat en daarom krijgt mijn ex-man geen omgangsregeling met de kinderen” kon ik weinig beginnen. Datzelfde gold voor uitlatingen als “ik wil wel een rechtszaak tegen de ander beginnen maar niet om het geld, het gaat mij om het principe”.   Het is algemeen bekend dat rechtszaken vaak lang duren, veel kosten met zich meebrengen en dat het resultaat niet altijd voorspelbaar is. Het oordeel van de rechter kan mee- of tegenvallen. Procederen is procesrisico. Zou een advocaat in elke rechtszaak het oordeel van de rechter kunnen voorspellen, dan was de rechter overbodig.   Mijn advies luidde soms: begin niet aan de gewenste procedure want het procesrisico is te groot en alleen om het principe moet je niet gaan procederen.   Is er dan niets veranderd in die 35 jaar? Wat mij betreft niet als het gaat om de verlangens van een cliënt, terwijl ook de emotionele kenmerken van familiezaken nauwelijks zijn gewijzigd. Wèl heeft de manier van oplossen van een geschil/ruzie in de loop der tijd enige wijziging ondergaan.   De laatste 25 jaar heb ik meer zaken door middel van een schikking tot een oplossing gebracht dan daarvoor. Ik moet daarbij denken aan de opmerking van een oud-collega in Leeuwarden die mij voorhield: "Een geschil is nooit zwart of wit maar altijd grijs". Bij de intake van een nieuwe zaak wordt het verhaal van de cliënt aangehoord en het is logisch dat deze overtuigd is van zijn eigen gelijk. Na het lezen van het verweerschrift van de andere partij moest ik soms erkennen dat feiten die door de wederpartij werden aangedragen en ander licht op de zaak wierpen. Het aanvankelijk veronderstelde 'gelijk hebben' verbleekte.   In de advisering van cliënten heb ik regelmatig naar voren gebracht dat met het oordeel van de rechter misschien niet alle problemen opgelost zullen zijn. Met andere woorden: wat heb je aan een mooie gerechtelijke uitspraak waarbij de ander is veroordeeld tot betaling van een geldbedrag indien geconstateerd moet worden dat er “niets te halen valt” of waarom strijden voor een maximale omgangsregeling met de kinderen als je weet dat dit door omstandigheden toch niet gerealiseerd kan worden.   Samengevat: in mijn optiek dient niet centraal te staan het “gelijk hebben” of “gelijk krijgen” maar een oplossing die, zo mogelijk, toekomstbestendig is. Dit is met name van belang in echtscheidingssituaties. Je neemt afscheid als partners maar je blijft levenslang beiden de ouders van een kind.   Terugblikkend: met veel genoegen heb ik de afgelopen 35 jaar de belangen van cliënten behartigd. Ik heb daarbij veel geprocedeerd, soms met mooie uitspraken en soms met teleurstellende beslissingen van een rechter. Dat is eigen aan het werk van een advocaat. Een rechter kan geen twee partijen volledig in het gelijk stellen.   Meeste voldoending De meeste voldoening heb ik gehaald uit oplossingen die partijen zelf konden realiseren. Dit gebeurde tijdens mediation, gesprekken met de advocaat van de wederpartij of op de rechtbank met sturing van de rechter. Tijdens die bijeenkomsten werden “wit en zwart” veelal “grijs”. Ook dat is een inspanning die van een advocaat verwacht mag worden. Artikel 3 van de beroepsregels van een advocaat bepaalt namelijk “de advocaat dient zich voor ogen te houden dat een regeling in der minne vaak de voorkeur verdient boven een proces”. Het zijn wijze woorden die reeds lang geleden door onze beroepsgroep zijn vastgelegd. Wat mij betreft blijft genoemde beroepsregel tot in lengte van jaren centraal staan.   Dolf Prinsen   NB. Op vrijdag 28 juni 2019 nemen wij feestelijk afscheid van onze collega Dolf Prinsen. Om die reden is ons kantoor vanaf 15 uur gesloten. Voor spoedgevallen zijn wij bereikbaar via: 06-39 57 44 14 (Mike Timmer).      

Lees verder

Advocatuur

Advocatuur

Uw zaak is onze zaak. U vindt bij BAX gepassioneerde advocaten die strijden voor uw belangen om het optimale resultaat voor u over de streep te trekken.

Over advocatuur

Belastingrecht

Belastingrecht

De gedreven belastingkundigen van BAX weten de weg in het fiscale landschap. Wij stropen graag onze mouwen op wanneer wij met kennis en denkkracht in de fiscale regelgeving duiken.

Over belastingrecht

Actief en actueel

 

Wij delen graag onze kennis en benutten daarbij de kracht van social media. Met de nieuwsbrief en onze openhartige blogs blijft u op de hoogte van actuele ontwikkelingen in ons werkveld.

Medewerkers ontmoeten

Medewerkers ontmoeten

De interne samenwerking tussen dertien advocaten, een fiscaaljurist en een team van stafmedewerkers is uniek in de Achterhoek.

Medewerkers

Op de hoogte blijven?

Op de hoogte blijven?

Onze advocaten en belastingkundigen informeren u graag over actuele ontwikkelingen op het gebied van recht en jurisprudentie.

Lees ons nieuws

(ON)TEVREDEN over BAX?

 

Start onderzoek

BAX advocaten belastingkundigen

Edisonstraat 86

7006 RE Doetinchem

0314 - 375 500

info@baxadvocaten.nl