Menu

Toewijding aan

uw zaak


BAX is uw belangrijkste partner op het gebied van gerechtigheid. Wij staan u bij op juridisch én belastingkundig gebied. Met ons team van gespecialiseerde advocaten en belastingkundigen is ieder vraagstuk in goede handen. Zo heeft u aan deskundigheid én daadkracht geen gebrek.

 

0314 - 375 500

 

Wij staan voor u klaar

Aanspraak op geboorteverlof verruimd

20.05.2019 | door Maarten Korthuis

 

Per 1 januari 2019 is de aanspraak op onder meer geboorteverlof verruimd. Dit is een gevolg van de inwerkingtreding van de Wet Invoering Extra Geboorteverlof, kortweg “de WIEG”. In deze blog wordt toegelicht wat op hoofdlijnen de verruiming inhoudt.   In een volgende blog zal worden ingegaan op het aanvullend geboorteverlof waarop vanaf 1 juli 2020 aanspraak gemaakt kan worden, na opname van het geboorteverlof.   Voor wie geldt het geboorteverlof?   Het geboorteverlof geldt voor een werknemer (niet een zelfstandige), wiens relatie tot de moeder is:   de echtgenoot of de geregistreerde partner of degene met wie de moeder ongehuwd samenwoont of degene die het kind erkent.   Wat is geboorteverlof?   Geboorteverlof is de aanspraak van de partner van de moeder op verlof voor één maal de arbeidsduur per week. De aanspraak op geboorteverlof start de eerste dag na de bevalling. Tijdens de opname van geboorteverlof is de werkgever verplicht het loon van de werknemer door te betalen. Als een meerling geboren wordt, blijft de aanspraak op geboorteverlof één maal de arbeidsduur per week en wordt dit  niet één maal de arbeidsduur per week per geboren kind.   In de toelichting op de WIEG is vermeld, dat op de dag(en) van de bevalling aanspraak bestaat op calamiteitenverlof met behoud van loondoorbetaling. Het recht op geboorteverlof geldt dus naast het recht op calamiteitenverlof op de dag(en) van de bevalling.   Gebruik maken van geboorteverlof   Een werknemer is vrij in de manier waarop hij zijn aanspraak op geboorteverlof in de vier weken na de dag van de geboorte opneemt. Het gaat om een onvoorwaardelijk recht. Een werkgever kan de invulling van de opname van het geboorteverlof niet eenzijdig wijzigen. In de oude situatie gold dat ook voor het kraamverlof van twee dagen. De regering meent ter rechtvaardiging dat de periode van afwezigheid van de werknemer vooraf redelijk goed is in te schatten voor de werkgever.   Bijzonderheden geboorteverlof Als de partner van de moeder als werknemer in dienst treedt na de bevalling kan hij het recht op geboorteverlof alleen genieten als hij:   binnen vier weken na de dag van de bevalling in dienst treedt en nog de ruimte heeft om het geboorteverlof van één maal de wekelijkse arbeidsduur op te nemen.   Denkbaar is dat de partner van de moeder in de eerste vier weken na de bevalling uit dienst treedt bij de ene werkgever en in dienst treedt bij een andere werkgever. In dat geval heeft de werknemer aanspraak ten opzichte van de nieuwe werkgever op opname van het resterende geboorteverlof, binnen de periode waarin het verlof volgens de wet kan worden opgenomen. Een werkgever is gehouden op verzoek van een werknemer die uit dienst treedt een verklaring te verstrekken, waarin is vermeld wat de resterende aanspraak op geboorteverlof is.   Wanneer op grond van een CAO die voor 1 januari 2019 is ingegaan een beperktere aanspraak op geboorteverlof bestaat, dan volgens de WIEG, dan geldt die beperktere aanspraak. Echter die beperktere aanspraak geldt tot het einde van de looptijd van de cao, maar nooit langer dan tot 1 juli 2019. Dit vloeit voort uit het overgangsrecht.   Meer weten?   Kortom: de aanspraak van werknemers, die partner zijn van de moeder, op door de werkgever betaald verlof na de geboorte van een kind is sinds 1 januari 2019 toegenomen.   Wilt u meer weten over de WIEG, neem dan gerust contact met ons op.   Lees ook eens: Opvallend vonnis inzake slapen dienstverband, Compensatieregeling transitievergoeding

Lees verder

Concerngaranties ingeval van faillissement huurder

18.04.2019 | door Manon Engbers

 

Hoe beperk je als verhuurder de leegstandsschade bij een voortijdige beëindiging van de huurovereenkomst ingeval van faillissement? Verhuurders menen de schade beperkt te houden door een concerngarantie overeen te komen met bijvoorbeeld de moedermaatschappij van de huurder. Helaas voor verhuurders gaat dit niet altijd goed.   Artikel 39 Faillissementswet   Ingeval van faillissement kan zowel de verhuurder als de curator de huurovereenkomst opzeggen conform artikel 39 Faillissementswet. Op grond van dit artikel is de huurschuld vanaf datum faillissement tot maximaal drie maanden na opzegging een boedelschuld. Deze schuld moet met voorrang door de curator worden voldaan, maar helaas voor verhuurders ontbreekt het de faillissementsboedel nogal eens aan voldoende financiële middelen om deze boedelschuld te voldoen.   Aukema q.q./Uni-Invest en Romania   In het arrest Aukema q.q./Uni-Invest oordeelde de Hoge Raad in 2011 dat een dergelijke tussentijdse beëindiging van de huurovereenkomst door opzegging een rechtmatige beëindiging is. Dit zorgt ervoor dat een huurder niet verplicht is de leegstandsschade van de verhuurder te vergoeden. Dit arrest zegt echter nog niets over de schadevergoedingsverplichting van een moedermaatschappij op basis van een concerngarantie. Hierover gaat het in het Romania-arrest uit 2013. De Hoge Raad oordeelde dat - indien de moedermaatschappij de verplichting tot vergoeding van de leegstandsschade jegens de verhuurder heeft gegarandeerd - een verhuurder hierop in beginsel aanspraak kan maken.   De aangesproken moedermaatschappij   Indien de formulering van de concerngarantie ertoe leidt dat de moedermaatschappij jegens de verhuurder gehouden is de leegstandsschade te vergoeden, verkrijgt zij vervolgens geen vordering op de faillissementsboedel. Immers uit voornoemde arresten blijkt immers dat een opzegging op grond van artikel 39 Faillissementswet een rechtmatige beëindiging is en geen schadeplichtigheid met zich brengt. Indien de moedermaatschappij een regresvordering op de faillissementsboedel zou verkrijgen, zou dit een doorbreking zijn van het wettelijke systeem. Het is dan ook denkbaar dat een moedermaatschappij niet bereid is een onvoorwaardelijke concerngarantie af te geven, maar dat zij enkel bereid is een garantie af te geven mits zij een regresvordering verkrijgt op de huurder dan wel ingeval van faillissement van huurder op de faillissementsboedel.   Meer weten?   De aanspraak van een verhuurder op een concerngarantie valt of staat met een goede formulering van de garantie. Indien u een huurovereenkomst wilt aangaan en tot meerdere zekerheid een concerngarantie wenst overeen te komen met de moedermaatschappij van huurder, neemt u dan contact op met één van onze huurrechtspecialisten. Zo voorkomt u als verhuurder dat u achteraf met “lege handen” achterblijft.   Lees ook eens: Geen sluiting bedrijfspand na hennepplantage, aansprakelijkheid makelaar bij onjuiste meting, WOZ-waarde van invloed op de huurprijs

Lees verder

Opvallend vonnis inzake slapend dienstverband

02.04.2019 | door Melissa Meffert

 

De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag heeft op 28 maart 2019 een opvallende uitspraak gedaan over het in stand laten van een slapend dienstverband. De uitspraak wijkt af van de lijn die tot op heden in de rechtspraak werd gevolgd en is mede gebaseerd op de compensatieregeling transitievergoeding na 2 jaar arbeidsongeschiktheid. Hebt u ook een werknemer in dienst die bijna 2 jaar arbeidsongeschikt is? Dan is deze uitspraak ook voor u van belang.   Wat speelde er?   Het ging in deze uitspraak om een statutair directeur van een zorginstelling die ongeneeslijk ziek werd. Na circa 1 jaar arbeidsongeschiktheid volgde een vennootschapsrechtelijk ontslag als statutair directeur. Tenzij uitdrukkelijk anders wordt bepaald, leidt een vennootschapsrechtelijk ontslag in beginsel eveneens tot het einde van de arbeidsovereenkomst. In dit geval werd echter uitdrukkelijk bepaald dat de arbeidsovereenkomst in stand zou blijven. Na 104 weken arbeidsongeschiktheid oordeelde het UWV dat de betreffende werkneemster volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was. Er werd een IVA-uitkering toegekend en de loondoorbetalingsplicht van de werkgever eindigde. De werkgever weigerde de arbeidsovereenkomst te beëindigen, waardoor er een slapend dienstverband was ontstaan. Dit was voor de werkneemster aanleiding om in kort geding opzegging van de arbeidsovereenkomst op straffe van een dwangsom en onder toekenning van de wettelijke transitievergoeding te vorderen.   Slapende dienstverbanden zijn de afgelopen tijd regelmatig onderwerp van gesprek geweest en hierover zijn ook al de nodige procedures gevoerd. De lijn in de rechtspraak is dat het in stand houden van een slapend dienstverband geen ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever oplevert en dat het goed werkgeverschap de werkgever niet tot opzegging verplicht. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag heeft in de onderhavige zaak echter geoordeeld dat de werkgever verplicht was de arbeidsovereenkomst te beëindigen en de transitievergoeding te betalen en motiveerde dat als volgt.   Oordeel rechter   Het belangrijkste punt in de motivering van de voorzieningenrechter ligt in de regeling die werkgevers een financiële compensatie biedt voor de verschuldigde transitievergoeding na 2 jaar arbeidsongeschiktheid. Volgens de voorzieningenrechter is de bedoeling van die regeling om het voortbestaan van slapende dienstverbanden tegen te gaan. Op grond daarvan wordt geoordeeld dat het in stand laten van een slapend dienstverband strijd met goed werkgeverschap kan opleveren. Of er sprake is van strijd met goed werkgeverschap is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarvan is dus niet per definitie sprake.   In de onderhavige situatie is er naar het oordeel van de voorzieningenrechter sprake van strijd met goed werkgeverschap door niet op te zeggen. Ter onderbouwing van dat oordeel is onder andere opgemerkt dat er geen enkele kans bestond dat de werkneemster uit hoofde van de arbeidsovereenkomst nog werkzaamheden voor werkgever zou kunnen verrichten en dat de arbeidsovereenkomst feitelijk een lege huls was geworden, omdat de arbeidsovereenkomst was verknocht aan de benoeming van statutair directeur en werkneemster geen statutair directeur meer was.   De argumenten van werkgever voor het in stand houden van de arbeidsovereenkomst zijn door de voorzieningenrechter terzijde geschoven. De werkgever had onder andere tevergeefs aangevoerd dat zij een financieel belang had bij het voortduren van de arbeidsovereenkomst, omdat de compensatie voor de transitievergoeding uiteindelijk door haar en andere werkgevers wordt betaald, aangezien die wordt gefinancierd uit het Algemeen werkloosheidsfonds. De voorzieningenrechter was van oordeel dat de werkgever geen gerechtvaardigde belangen had om de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De werkgever wordt veroordeeld om de arbeidsovereenkomst binnen 3 dagen op te zeggen op straffe van een dwangsom van maar liefst € 50.000,-- ineens en € 4.000,-- voor iedere dag dat de werkgever nalaat de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Daarnaast dient de transitievergoeding van € 150.000,-- bruto aan de werknemer te worden betaald.   Nieuwe lijn rechtspraak?   Een opvallende uitspraak. De verwachting is echter niet dat deze uitspraak ertoe zal leiden dat het in stand houden van een slapend dienstverband altijd in strijd met goed werkgeverschap is. De voorzieningenrechter verwijst immers uitdrukkelijk naar de concrete omstandigheden van dit geval. Als gevolg van deze uitspraak dienen werkgevers echter wel rekening te houden met het risico dat een rechter oordeelt dat er sprake is van strijd met goed werkgeverschap. Verder is ook van belang dat de compensatie voor de transitievergoeding na 2 jaar arbeidsongeschiktheid gemaximeerd is tot de transitievergoeding die verschuldigd is per 104 weken arbeidsongeschiktheid. Indien een slapend dienstverband in stand wordt gehouden, wordt de transitievergoeding steeds hoger zonder dat de werkgever voor dat meerdere wordt gecompenseerd.   Meer weten?   Wilt u meer weten over de risico’s van een slapend dienstverband, de beëindiging daarvan of de compensatieregeling? Neem dan gerust eens contact op met één van onze arbeidsrechtadvocaten. Wij staan u graag met raad en daad terzijde.   BAXAT8 op vrijdag 28 juni   Of meld u alvast aan voor de kosteloze ontbijtsessie BAXAT8 op vrijdag 28 juni aanstaande waarin het onderwerp "Na 2 jaar ziekte, hoe nu verder werkgever?" wordt behandeld voor Mike Timmer en Melissa Meffert.     Lees ook eens: Compensatieregeling transitievergoeding, Aanzegplicht: schriftelijke aanzegging vereist?!  

Lees verder

Advocatuur

Advocatuur

Uw zaak is onze zaak. U vindt bij BAX gepassioneerde advocaten die strijden voor uw belangen om het optimale resultaat voor u over de streep te trekken.

Over advocatuur

Belastingrecht

Belastingrecht

De gedreven belastingkundigen van BAX weten de weg in het fiscale landschap. Wij stropen graag onze mouwen op wanneer wij met kennis en denkkracht in de fiscale regelgeving duiken.

Over belastingrecht

Actief en actueel

 

Wij delen graag onze kennis en benutten daarbij de kracht van social media. Met de nieuwsbrief en onze openhartige blogs blijft u op de hoogte van actuele ontwikkelingen in ons werkveld.

Medewerkers ontmoeten

Medewerkers ontmoeten

De interne samenwerking tussen dertien advocaten, een fiscaaljurist en een team van stafmedewerkers is uniek in de Achterhoek.

Medewerkers

Op de hoogte blijven?

Op de hoogte blijven?

Onze advocaten en belastingkundigen informeren u graag over actuele ontwikkelingen op het gebied van recht en jurisprudentie.

Lees ons nieuws

(ON)TEVREDEN over BAX?

 

Start onderzoek

BAX advocaten belastingkundigen

Edisonstraat 86

7006 RE Doetinchem

0314 - 375 500

info@baxadvocaten.nl