Menu

Toewijding aan

uw zaak


BAX is uw belangrijkste partner op het gebied van gerechtigheid. Wij staan u bij op juridisch én belastingkundig gebied. Met ons team van gespecialiseerde advocaten en belastingkundigen is ieder vraagstuk in goede handen. Zo heeft u aan deskundigheid én daadkracht geen gebrek.

 

0314 - 375 500

 

Wij staan voor u klaar

Renovatieplan: verhuurder versus huurder(s)

12.03.2018 | door Manon Engbers

 

Verduurzaming en renovatie is nog steeds een hot item. Zowel in het (sociale) woningbouwsegment als bij bedrijfsmatig onroerend goed. Maar hoe gaat dat nu precies in zijn werk indien er sprake is van een huurrelatie? Is een huurder verplicht om de door de verhuurder gewenste renovatiewerkzaamheden te gedogen?   één verhuurder, één renovatieplan Op 25 oktober 2017 heeft de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam, afdeling kantonzaken, een tweetal vonnissen gewezen over hetzelfde renovatievoorstel van dezelfde verhuurder. In beide procedures stond de vraag centraal of de huurder moet gedogen dat de verhuurder in het gehuurde de open verbrandingstoestellen vervangt door HR-ketels. Het belang van de verhuurder is in beide zaken gelijk. De verhuurder wenst de open verbrandingstoestellen te vervangen vanuit gezondheid- en veiligheidsoverwegingen. Bijkomend aspect is dat de verhuurder ervoor wil zorgen dat in de toekomst minder energie wordt verbruikt door haar huurders.   Twee verwerende huurders Huurder 1 betwist dat de open verbrandingstoestellen onveilig zijn en stelt zich op het standpunt dat de vervanging van de open verbrandingstoestellen door HR-ketels niet zal leiden tot een energiebesparing. Huurder 2 gooit het over een geheel andere boeg. Hij stelt dat zijn woning binnen afzienbare tijd wordt gesloopt en dat de verhuurder op grond van deze omstandigheid geen belang heeft bij het vervangen van de open verbrandingstoestellen door HR-ketels.   Oordeel Voorzieningenrechter De Voorzieningenrechter stelt in beide uitspraken voorop dat een huurder uit hoofde van artikel 7:220 lid 1 en 2 BW dient mee te werken aan een renovatie indien de verhuurder daartoe, gelet op de belangen van de verhuurder en de huurder, een redelijk voorstel heeft gedaan. In de procedure tegen huurder 1 trekt de huurder aan het kortste eind. De huurder dient de renovatiewerkzaamheden te gedogen. De verhuurder heeft naar het oordeel van de Voorzieningenrechter voldoende aangetoond dat HR-ketels veiliger zijn en leiden tot een lager energieverbruik. Het belang van huurder 1 dient hiervoor te wijken. In de procedure tegen huurder 2 heeft de verhuurder het nakijken. Gelet op de voorgenomen sloopwerkzaamheden is de Voorzieningenrechter met de huurder van oordeel dat de verhuurder geen (voldoende) belang heeft bij de voorgenomen renovatiewerkzaamheden. In deze procedure prevaleren de belangen van huurder 2.   Kanttekening Wat opvalt is dat de verhuurder in beide procedures heeft gesteld dat de vervanging van de open verbrandingstoestellen dient te worden gekwalificeerd als renovatiewerkzaamheden, terwijl zij ook het veiligheidsaspect noemt. Gelet op dit veiligheidsaspect kan de vervanging wellicht ook worden gekwalificeerd als dringende werkzaamheden. In dat geval is een huurder verplicht de vervanging te gedogen en vindt er geen belangenafweging plaats.   Wij helpen u graag! Uit deze uitspraken blijkt dat grote waarde wordt gehecht aan de gestelde feiten en de omstandigheden van het geval. Het is dan ook zaak dat deze in een procedure op een juiste wijze worden weergegeven, zodat uw belangen, of u nu huurder of verhuurder bent, optimaal tot uitdrukking komen in de procedure. Wilt u graag meer informatie dan kunt u contact opnemen met één van de huurrechtspecialisten van BAX advocaten belastingkundigen. 

Lees verder

Lyme versus ziektekostenverzekeraar

23.10.2017 | door Annemieke Wiltink

 

Lymepatiënten voeren al jaren een gevecht met hun ziektekostenverzekeraar over de vergoeding van behandelingen in het buitenland. De meeste polisvoorwaarden bepalen dat recht op vergoeding van ziektekosten bestaat, als de zorgvorm doeltreffend en doelmatig is. Dit laatste wordt mede bepaald aan de hand van de stand van de wetenschap en de praktijk.    Nationaal of internationaal In de Nota van Toelichting op het Besluit Zorgverzekeringen is bepaald dat de stand van de wetenschap en praktijk internationaal moet worden uitgelegd. In de praktijk bleek dat veel zorgverzekeraars zich bij het antwoord op de vraag of ziektekosten voor vergoeding in aanmerking kwamen, vooral lieten leiden door nationale adviezen en onderzoeken. Dit heeft geleid tot geschillen tussen patiënten en zorgverzekeraars over de vraag of buitenlandse behandelingen voor vergoeding in aanmerking komen.   Casus In het arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 25 juli 2017, gepubliceerd op 14 september 2017, is bepaald dat een langdurige antibioticabehandeling conform de ILADS (“The International Lyme and Associated Diseases Society”) Richtlijn 2014, in overeenstemming is met de stand van de wetenschap en praktijk en daarmee voor vergoeding in aanmerking komt. Ook in een meer recente uitspraak van de rechtbank Gelderland van 6 september 2017 is een patiënte die een langdurige antibioticabehandeling onderging in Duitsland, in het gelijk gesteld en is haar ziektekostenverzekeraar VGZ veroordeeld tot betaling van de kosten van de behandeling in het buitenland.   Het oordeel Een langdurige antibioticabehandeling conform de ILADS richtlijn 2014, voldoet daarmee doorgaans – naar de huidige stand van de rechtspraak – aan de stand van de wetenschap en praktijk en komt daarmee voor vergoeding aan aanmerking. 

Lees verder

Ontslag op staande voet

17.10.2017 | door Maarten Korthuis

 

Door een geldig ontslag op staande voet (OOSV) door een werkgever eindigt een arbeidsovereenkomst direct. Ook na de invoering van de WWZ. Gevolg van dit ontslag is dat een werknemer geen aanspraak meer heeft op loon. Een rechter accepteert een OOSV daarom alléén als aan strikte voorwaarden is voldaan. In dit blog gaan we in op deze voorwaarden en enkele aandachtspunten sinds de invoering van de WWZ.   Voorwaarden acceptatie OOSV Allereerst is vereist dat er sprake is van een dringende reden. Bekende voorbeelden daarvan zijn het plegen van diefstal, verduistering van zaken van de werkgever en mishandeling of ernstige bedreiging van collega's. Ook kunnen minder ernstige voorvallen een dringende reden vormen, als er sprake is van een combinatie met andere voorvallen. Of wanneer, ondanks waarschuwingen, een volgend voorval de druppel is die de emmer doet overlopen. Belangrijk is dat de dringende reden bewezen kan worden in een procedure bij de rechter. Anders kan het ontslag ongedaan gemaakt worden, blijft de werknemer in dienst en is ook loon verschuldigd. De werknemer moet in de regel gehoord worden over het voorval of de voorvallen, waarvan de werkgever hem verdenkt, vóórdat het ontslag wordt gegeven (hoor en wederhoor). Het horen biedt de werknemer gelegenheid zijn verhaal te doen. Door het horen van de werknemer kan de werkgever zich een beter beeld vormen van wat zich heeft voorgedaan. Het OOSV dient direct te worden gegeven en de reden daarvoor dient direct aan de werknemer te worden verteld. Aan de ene kant is het van belang om door te pakken. Aan de andere kant is het van belang dat de snelheid niet ten koste gaat van de zorgvuldigheid. Een voortvarend uitgevoerd onderzoek naar de feiten waarvoor het OOSV wordt gegeven, zal doorgaans een OOSV niet aantasten. De rechter toetst verder of de aan de werknemer medegedeelde reden het OOSV kan dragen. Achteraf aangevoerde (aanvullende) redenen wegen niet mee bij het oordeel over de geldigheid van het OOSV. Van belang is dus volledig te zijn als de dringende reden wordt medegedeeld. Zorgvuldig onderzoek is dus geboden.   Wat kan de werknemer doen? Een werknemer die het niet eens is met een OOSV, dient sinds de WWZ binnen twee maanden na het ontslag bij de kantonrechter een verzoekschrift in tot vernietiging. Als het verzoekschrift niet binnen deze vervaltermijn is ingediend, staat het OOSV vast. De vervaltermijn kan niet worden gestuit. Het verzoekschrift tot vernietiging wordt doorgaans gecombineerd met een loonvordering. Een werknemer kan er ook voor kiezen om het einde van de arbeidsovereenkomst te accepteren en van de werkgever een billijke vergoeding te verlangen. Al dan niet gecombineerd met een vergoeding vanwege het niet in acht nemen van de opzegtermijn en een transitievergoeding. Voor de eerste twee vergoedingen geldt een vervaltermijn van twee maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst en voor de transitievergoeding een vervaltermijn van drie maanden na einde arbeidsovereenkomst.   Voorwaardelijke ontbinding Een werkgever kan er belang bij hebben het risico te beperken dat een rechter het OOSV niet accepteert. Daartoe kan bij de kantonrechter een voorwaardelijk verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst worden ingediend. Van belang is dat het verzoekschrift past binnen het strakke keurslijf van de gronden voor ontbinding van een arbeidsovereenkomst. De Hoge Raad heeft bepaald dat de kantonrechter een voorwaardelijk ontbindingsverzoek na een OOSV slechts kan toewijzen als hij het OOSV vernietigt. Accepteert de kantonrechter het ontslag op staande voet, dan dient hij het voorwaardelijk verzoek tot ontbinding af te wijzen. De kantonrechter zal de behandeling van een voorwaardelijk ontbindingsverzoek aanhouden totdat een verzoek tot vernietiging van het OOSV is ingediend of de vervaltermijn van twee maanden is verstreken.   Haastige spoed… Sinds de WWZ zijn de financiële risico’s aan de zijde van een werkgever toegenomen bij een OOSV. De mogelijkheid om via een voorwaardelijke ontbinding het risico te verkleinen, is ingeperkt. De termijn waarbinnen een voorwaardelijk ontbindingsverzoek in behandeling genomen wordt, is verlengd. Het is belangrijk om zorgvuldig af te wegen of het OOSV gerechtvaardigd is en om vervolgens aan de formele vereisten te voldoen.    Heeft u vragen over een (voorgenomen) ontslag op staande voet of andere arbeidsrechtelijke kwesties? De arbeidsrecht specialisten van BAX helpen u graag verder.

Lees verder

Advocatuur

Advocatuur

Uw zaak is onze zaak. U vindt bij BAX gepassioneerde advocaten die strijden voor uw belangen om het optimale resultaat voor u over de streep te trekken.

Over advocatuur

Belastingrecht

Belastingrecht

De gedreven belastingkundigen van BAX weten de weg in het fiscale landschap. Wij stropen graag onze mouwen op wanneer wij met kennis en denkkracht in de fiscale regelgeving duiken.

Over belastingrecht

Actief en actueel

 

Wij delen graag onze kennis en benutten daarbij de kracht van social media. Met de nieuwsbrief en onze openhartige blogs blijft u op de hoogte van actuele ontwikkelingen in ons werkveld.

Medewerkers ontmoeten

Medewerkers ontmoeten

De interne samenwerking tussen dertien advocaten, drie fiscaaljuristen en een team van stafmedewerkers is uniek in de Achterhoek.

Medewerkers

Op de hoogte blijven?

Op de hoogte blijven?

Onze advocaten en belastingkundigen informeren u graag over actuele ontwikkelingen op het gebied van recht en jurisprudentie.

Lees ons nieuws

(ON)TEVREDEN over BAX?

 

Start onderzoek

BAX advocaten belastingkundigen

Edisonstraat 86

7006 RE Doetinchem

0314 - 375 500

info@baxadvocaten.nl