Menu

Blog

 

Over wetten en regels raken wij niet uitgepraat. Aan elke wet zit onlosmakelijk een discussie vast. Onze advocaten en belastingkundigen houden zich graag bezig met ontwikkelingen en interessante casussen in hun eigen rechtsgebied. Dit vertalen zij naar actuele, openhartige blogs.

Corona maatregelen in Frankrijk

29.04.2020 | Marie-Alice Pissarro Bras - 0 reactie(s)

 

Het coronavirus heeft ervoor gezorgd dat Frankrijk sinds 17 maart jl. in lockdown is gegaan.    De beslissing van de Franse regering heeft niet alleen impact op de Fransen en het Franse bedrijfsleven, maar ook op Nederlandse ondernemingen die aanwezig, dan wel actief zijn in Frankrijk.   In deze blog wordt uitgebreid ingegaan op de maatregelen die de Franse regering heeft genomen om het bedrijfsleven tegemoet te komen en is gericht op Nederlandse ondernemingen met belangen in Frankrijk.   Hieronder worden de volgende onderwerpen behandeld:   Noodgezondheidswet; Fiscale- en sociale verzekeringsmaatregelen; Werkgelegenheidsmaatregelen: Werktijdverkorting; Thuiswerken; Vakantiedagen/rustdagen; Lenen/uitlenen van medewerkers; Overige maatregelen om het bedrijfsleven tegemoet te komen: Solidariteitsnoodfonds; Uitstel van betaling van electra- en waterfacturen alsmede commerciële huur;  Lening met overheidszekerheid; Maatregelen per sector; Contractuele verplichtingen.   Noodgezondheidswet Om de regering de 'tools' te geven om snel te kunnen reageren alsmede effectieve maatregelen ter bestrijding van het coronavirus en de gevolgen daarvan te overzien, heeft het Franse Parlement een noodgezondheidswet aangenomen: de coronavirus noodwet. In het kort kent de noodwet aan Président Macron en zijn regering de bevoegdheid toe om noodmaatregelen te treffen van tijdelijke aard. De noodwet geeft de regering de mogelijkheid om van het wettelijke stelsel af te wijken.   Op 24 maart jl. zijn de eerste noodmaatregelen genomen. Deze maatregelen zijn op 25 en 27 maart jl. aangevuld met nieuwe maatregelen dan wel met de uitbreiding van de reeds genomen maatregelen. Een aantal van de genomen maatregelen zijn met terugwerkende kracht vanaf 12 maart jl. ingegaan.   In het kort behelst het doel van de maatregelen het voorkomen c.q. beperken van negatieve gevolgen van de coronacrisis, onder andere op het gebied van economische, financiële en sociale aspecten, maar in het bijzonder de impact van de crisis op het bedrijfsleven en om het effect daarvan op de werkgelegenheid zoveel mogelijk te bestrijden c.q. te beperken.   Fiscale- en sociale verzekeringsmaatregelen   Nederlandse werkgevers in Frankrijk (met en/of zonder vestiging in Frankrijk) kunnen, inzake hun financiële verplichtingen totale of gedeeltelijke uitstel van betaling aanvragen bij het URSSAF. Inzake de financiële verplichtingen die op de werkgever rust omtrent de deelname (verplichte deelname) aan de ouderdomsverzekering Agirc-Arrco, is uitstel van betaling voor de maanden maart en april  toegestaan.   Loop je als werkgever vertraging op in de betaling van je financiële ouderdomsverzekeringplichten, bijvoorbeeld als je de maand februari nog niet hebt betaald, dan kun je de aangifte voor de maand februari alsnog indienen met als betaald bedrag € 0  dan wel een bedrag gelijk aan de helft van het nog te betalen bedrag.   In ieder geval is betaling c.q. het afdwingen (door de bevoegde instanties) van betaling van de sociale lasten uitgesteld tot na 24 juni 2020. Echter kan deze termijn verlengd worden indien de lockdown ook verlengd wordt.    De vestigingen in Frankrijk die tijdens de lockdown een omzetdaling, als gevolg van de coronacrisis, hebben opgelopen, kunnen een btw-aanbetaling, in plaats van het volledige bedrag, met vermelding van COVID-19 op de BTW-aangifte, doen. De tolerantie geldt, op dit moment, in principe ook voor de btw-aangifte van mei.    Let wel, deze maatregelen zijn van tijdelijke aard. Dientengevolge kunnen deze op elk moment worden gewijzigd.   Werkgelegenheidsmaatregelen   De genomen noodmaatregelen beogen het voorkomen, voor zover mogelijk, van ontslagen op grond van economische redenen.             Activité partielle / werktijdverkorting   Nederlandse werkgevers zonder vestiging in Frankrijk kunnen ook een beroep op deze maatregel doen mits de werkgever minimaal één werknemer in dienst heeft die in Frankrijk zijn activiteit voor en namens de werkgever uitvoert en mits de werkgever onderworpen is aan de Franse wettelijke- of CAO premies en bijdragen alsmede onderworpen is tot een verplichte aansluiting bij de werkloosheidsverzekering. Indien de arbeidsovereenkomst onder Frans recht is aangegaan is dit vaak het geval.   Alvorens een “activité partielle” in te voeren dient de werkgever eerst een verzoek bij de Direccte (gedeeltelijk te vergelijken met het UWV) in te dienen en de goedkeuring daarvan af te wachten. Indiening en goedkeuring daarvan geschiedt achteraf, dan wel kan achteraf geschieden. De procedure rondom de indiening en goedkeuring is versneld en vereenvoudigd.   Indien een goedkeuring afgegeven wordt, worden deze maatregelen voor maximaal 12 maanden verleend.   De werknemer krijgt een uurvergoeding uitbetaald die overeenkomt met 70% van zijn brutoloon. De uurvergoeding kan, in beginsel, niet lager worden vastgesteld dan € 8,03. De werknemer krijgt ongeveer een vergoeding van 84% van zijn netto salaris uitbetaald.   De werkgever krijgt het betaalde bedrag, ter hoogte van maximaal 4,5 maal de gegarandeerde minimumlonen (Smic), vergoed. Het bedrag dat boven de 4,5 maal de gegarandeerde minimumlonen komt, is voor rekening van de werkgever en wordt dus niet vergoed.    Verder is de door de werkgever betaalde vergoeding vrijgesteld van sociale lasten- en bijdragen die, in beginsel, voor rekening van de werkgever komen. Wel is het bedrag onderworpen aan de CSG (6,2%) en aan de CRDS (0,5%). De CSG en de CRDS zijn specifieke sociale lasten waarvan bijna nooit wordt afgeweken. Deze worden door zowel de werknemer als de werkgever betaald.   Op dit moment dient de werkgever binnen 30 dagen, te rekenen vanaf het moment dat hij toepassing op de maatregel heeft gedaan, het verzoek ter goedkeuring in.   Let op! De “activité partielle” is een ultimum remedium. Dat wil zeggen dat de werkgever eerst alle andere mogelijke maatregelen ter voorkoming van werkloosheid in dient te zetten. Doet hij dat niet, dan zal een verzoek tot “activité partielle” wellicht niet gehonoreerd worden.   Télétravail/thuiswerken     De “télétravail” hoort tot één van de mogelijkheden om de “activité partielle” te voorkomen.   In beginsel kan het télétravail/thuiswerken slechts met toestemming van de werknemer plaatsvinden. Gaat de werknemer niet akkoord met het thuiswerken dan mag de werkgever hem/haar niet dwingen om op afstand te werken. Echter, gezien de huidige situatie en vanwege de kans op  besmettingsgevaar, mag de werkgever voor zover dat dit mogelijk is van zijn werknemers eisen dat deze vanuit huis blijven werken. Immers eist de overheid van de werkgever dat hij van de gelegenheid van “télétravail” gebruik maakt. De arbeidsovereenkomst dient te worden gewijzigd met een addendum voor de tijd dat de maatregelen in werking blijven. De werknemer mag het tekenen van het addendum niet weigeren.             Vakantiedagen en/of rusttijden vaststellen oftewel RTT   De vaststelling van vakantiedagen en/of het inzetten van rustdagen (RTT) behoren ook tot één van de mogelijkheden om gebruik van de “activité partielle” te vermijden c.q. voorkomen.   In ieder geval levert dit eventueel de mogelijkheid om nog in de toekomst een beroep op deze maatregel te doen.   De regels inzake de vaststelling van vakantiedagen zijn, in beginsel, in een cao (op niveau van de onderneming, van de branche dan wel op nationaal niveau) opgenomen. Bij gebrek van een cao wordt het wettelijke stelsel (Code du travail) toegepast. Op grond van de wet (art.L3141-16 C.t) heeft de werkgever het voorrecht om de vakantiedagen vast te stellen. Vaststelling van de vakantiedagen geschiedt dus eenzijdig door de werkgever. Wel dient de werkgever met een aantal criteria c.q. voorwaarden rekening te houden. De wensen van de werknemer vormen geen criterium c.q. voorwaarde waarmee de werkgever, in beginsel, rekening dient te houden. Maar in de praktijk is het zo dat de werkgever de werknemers vraagt om hun wensen schriftelijk kenbaar te maken.  Verder dient de werkgever de werknemer minimaal 1 maand voor de datum van de vakantie de werknemer van die datum te informeren. Tevens is de werkgever bevoegd eenzijdig de vakantiedata te wijzigen mits hij een termijn van 1 maand respecteert.   Nu de tijdelijke wettelijke maatregelen gelden mogen werkgevers vakantiedagen en rustdagen vaststellen en/of wijzigen zonder dat aan de termijn van 1 maand wordt voldaan. Wel geldt dat deze bevoegdheid slechts tot een bepaald aantal dagen (6 vakantiedagen en 10 rustdagen) beperkt wordt.   Toch lijkt uit de noodwetbepalingen dat de werkgever een collectieve overeenkomst (met toepassing van de noodmaatregelen op het niveau van de collectieve onderhandelingen) op het niveau van de onderneming (of branche) dient aan te gaan voordat hij van het vakantiestelsel af kan wijken. De meningen zijn hieromtrent verdeeld omdat de maatregel niet duidelijk is. Dit wordt per geval beoordeeld.   Lenen/uitlenen van werknemers   Terwijl dit in beginsel verboden is, moedigt het Franse Ministerie van Sociale zaken en werkgelegenheid (Ministère du Travail) het (uit)lenen van werknemers tussen ondernemingen aan. In deze bijzondere periode wordt het (uit)lenen van werknemers als een middel ter voorkoming van werkloosheid gezien alsmede een middel ter voorkoming van de “activité partielle”.   Let op: tekst gaat onder het beeld verder.   Vragen? Neem dan gerust contact op met Marie-Alice Pissarro Bras. Of bent u geïnteresseerd in een kennissessie over zaken doen in Frankrijk en de juridische aspecten hiervan? Laat uw e-mailadres achter, zodat we u kunnen uitnodigen.     Overige maatregelen om aan het bedrijfsleven tegemoet te komen   Solidariteitsnoodfonds   Het doel van het solidariteitsnoodfonds is financiële steun te bieden aan kleine bedrijven. Deze steun is tweedelig. De bedrijven die in aanmerking willen komen voor de financiële steun kunnen aanspraak maken tot € 1.500. Dit bedrag wordt door de Franse overheid toegekend en kan met een bedrag van € 2.000 tot € 5.000 worden vermeerderd (dit wordt door de Regio toegekend).   Om voor financiële steun in aanmerking te kunnen komen dient het bedrijf zijn activiteit voor 1 februari 2020 te hebben gestart. Daarnaast dient het bedrijf minder dan 10 werknemers in dienst te hebben en de omzet mag niet meer dan € 1 miljoen bedragen. Verder mag de winst uit het vorige boekjaar, vermeerderd met de bedragen die aan de bestuurder betaald zijn, niet hoger te zijn dan € 60.000. Tot slot komen bedrijven waarbinnen de zeggenschap door een andere vennootschap wordt uitgeoefend niet in aanmerking voor de financiële steunmaatregelen.     Uitstel van betaling van elektra- en waternota's alsmede commerciële huur   Bedrijven die hun facturen sinds het inroepen van de noodtoestand niet hebben kunnen voldoen mogen geen vertragingsboeten opgelegd krijgen.   Verder kunnen bedrijven die moellijkheden ondervinden bij het betalen van hun water-, gas- en elektriciteitsrekening een verzoek bij de leveranciers indienen tot minnelijke verlenging van de betalingstermijnen. Dit verzoek hoeft niet schriftelijk te geschieden.   In ieder geval volgt uit de wettelijke noodbepalingen dat het verboden is:   levering van elektriciteit, gas en water te onderbreken of op te schorten tot de datum waarop de noodtoestand wordt beëindigd; toepassing van geldelijke sancties, vertragingsrente, schadevergoeding, activering van garanties of borgstelling in geval van wanbetaling bij de betaling van huur of huurlasten met betrekking tot professionele en commerciële gebouwen waarvan de betalingsvervaldatum plaatsvindt tussen 12 maart 2020 en het verstrijken van een periode van 2 maanden na de datum van beëindiging van de noodtoestand.   Verder krijgen bedrijven de mogelijkheid om:   betaling van achterstallige facturen van water en elektra mogen worden verspreid over een periode van 6 maanden na het einde van de noodtoestand. Achterstallige commerciële huurlasten mogen geen boete opleveren tot op de datum van twee maanden na het einde van de noodtoestand.     Om tot de hierboven beschreven maatregelen in aanmerking te komen dient het bedrijf aan dezelfde voorwaarden te voldoen dan degene die gelden om in aanmerking te komen tot de financiële steun via de solidariteitsnoodfonds.   Lening met Overheidszekerheid   Daarnaast gaat de Franse regering financiële steun bieden aan bedrijven door uitzonderlijke zekerheden bij leningen te verstrekken aan die bedrijven die door de crisis in liquiditeitsnood zijn geraakt. Deze garanties betreffen een bankfinanciering van totaal 300 miljard euro.   Met uitzondering van de SCI (Civiele vastgoedvennootschap), kredietinstellingen en financiële instellingen, kunnen alle andere ondernemingen, ongeacht de doelstelling en de vorm, gebruik maken van de aangeboden zekerheid. De bankinstellingen dienen hun cliënten de lening c.q. financiële producten, op welke de overheidszekerheden rusten, aan te bieden.   De leningsaanvraag dient voor 31 december 2020 te worden gedaan.   Maatregelen per sector   Naast de hierboven opgesomde “algemene” maatregelen welke, in beginsel, van toepassing zijn op alle bedrijven die aan de voorwaarden voldoen, heeft de Franse overheid ook per sector tijdelijke bepalingen c.q. regelingen getroffen om aan de specifieke nood van die sector tegemoet te komen c.q. steun te bieden. Het is echter niet zo dat gezegd kan worden dat bedrijven in nood een beroep kunnen doen op de getroffen maatregelen en dat deze direct gehonoreerd zullen worden. Er dient per geval te worden gekeken of de maatregel waarop een beroep wordt gedaan ook daadwerkelijk van toepassing is.   Contractuele verplichtingen De overheid heeft geen bijzondere tijdelijke bepaling opgenomen inzake het niet nakomen van contractuele verplichtingen jegens handelspartners, zoals bijvoorbeeld de rechten en verplichtingen uit een distributie-koopovereenkomst.   Vanwege de coronacrisis en de maatregelen die door de overheid zijn genomen, zijn bedrijven in een situatie terechtgekomen waarin ze hun contractuele verplichtingen jegens de wederpartij/handelspartner niet meer (volledig) kunnen nakomen.   Buiten specifieke gevallen van bedrijven, belast met overheidsbouwopdrachten, is de opvatting dat de crisis op zichzelf nog geen overmacht oplevert. Er dient per geval te worden gekeken of er zich omstandigheden voordoen die een beroep op de overmachtsclausule rechtvaardigen.   Met andere woorden heeft de overheid op dit gebied geen uitzonderlijke noodmaatregelen getroffen, waardoor de “gewone” wettelijke bepalingen (artikel 1218 Code civil) en de jurisprudentie alsmede de contractuele bepalingen van toepassing blijven.   Dientengevolge dient eerst te worden gekeken of de overeenkomst in een overmachtsclausule voorziet. Een te algemeen geformuleerde clausule kan interpretatieproblemen opleveren, terwijl een doeltreffende clausule die een epidemie/pandemiegebeurtenis als overmachtssituatie heeft opgenomen geen interpretatieproblemen inzake de bedoeling van partijen oplevert. Toch kan in beide situaties een beroep op overmacht onrechtvaardig zijn.   Op dit moment is het niet mogelijk te voorspellen hoe de Franse rechter, geconfronteerd met een procedure waar een beroep op overmacht is betwist, zal reageren. Er zijn al twee uitspraken bekend (C.A Douai, 5 mars 2020 - n° 20/00400, C.A Colmar, 6e ch., 12 mars 2020, n° 20/01098) waar een beroep op overmacht gerechtvaardigd is bevonden. Wel dient meteen te worden opgemerkt dat in beide zaken geen sprake was van niet nakoming (op grond van overmacht) van verplichtingen uit een commerciële overeenkomst.   Tot slot worden op het gebied van het handelsverkeer, de overmachtsclausules door de Franse rechter strikt geïnterpreteerd c.q. getoetst. Een beroep op artikel 1195 van de Franse Civiele Code (theorie de l’imprévision: onvoorzienbaarheid) kan partijen, of een daarvan, een uitweg bieden voor het geval dat een beroep op overmacht zou niet slagen.   Meer weten? Heeft u vragen, is er iets niet duidelijk of wilt u meer informatie? Neem dan gerust contact op met Marie-Alice Pissarro Bras. Als specialist in het arbeidsrecht, ondernemingsrecht en contractenrecht is zij de enige in Nederland die haar beroep in Frankrijk, Portugal èn Nederland mag uitoefenen en adviseert u graag.  

 

Tags: Arbeidsrecht, contractenrecht, ondernemingsrecht, corona, frankrijk, fransrecht, maatregelencoronavirus, coronamaatregelenfrankrijk

 

Lees verder

Contracten & Corona

27.03.2020 | Michelle van Bindsbergen - 0 reactie(s)

 

Sinds de komst van Corona lijkt de wereld even stil te staan, maar dit geldt in beginsel niet voor gesloten overeenkomsten. Die lopen gewoon door. Op de vraag of een overeenkomst in verband met het Corona virus kan worden aangetast, is geen eenduidig antwoord te geven. Hieronder wordt u een aantal handvatten geboden.    Wat bepaalt de overeenkomst? Het is belangrijk om eerst na te gaan wat u bent overeengekomen en wat de eventueel van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalen. Biedt dit geen duidelijkheid, dan valt u terug op de wet.   Niet meer kunnen nakomen vanwege de geldende maatregelen Is één van de contractspartijen niet meer in staat om na te komen vanwege een (door de overheid opgelegde) Corona maatregel, dan kan de overeenkomst ontbonden worden op grond van artikel 6:265 van het Burgerlijk Wetboek, tenzij de tekortkoming te gering is om dit te rechtvaardigen. Door de ontbinding hoeven partijen de overeenkomst niet meer na te komen. Dit kan de wederpartij niet voorkomen met een beroep op overmacht. Met andere woorden: de omstandigheid dat de partij die niet nakomt daar misschien niets aan kan doen in verband met Corona, staat in beginsel niet in de weg aan de ontbinding.   Corona als onvoorziene omstandigheid In het geval het voor u bezwaarlijk is om na te komen in verband met het Corona virus, kan er afhankelijk van de omstandigheden van het geval, mogelijk een beroep worden gedaan op wijziging van de overeenkomst of (gedeeltelijke) ontbinding van de overeenkomst op grond van artikel 6:258 Burgerlijk Wetboek. U kunt de rechter verzoeken om de overeenkomst te wijzigen of (gedeeltelijk) te ontbinden, zodat u tijdelijk of in het geheel niet meer hoeft na te komen. Het moet gaan om onvoorziene omstandigheden, waardoor de wederpartij ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten.   Schadevergoeding De mogelijkheid tot het vorderen van schadevergoeding wordt mogelijk wel beperkt door een beroep op overmacht. Stel dat u schade lijdt doordat het contract niet wordt nagekomen en u wilt dit verhalen op de andere partij, dan kan die partij – in tegenstelling wat bij ontbinding het geval is – namelijk wel een beroep doen op overmacht door Corona. Als dit beroep slaagt, is de tekortkoming niet toerekenbaar en bestaat er geen verplichting tot het betalen van schadevergoeding.   Meer weten? Wilt u meer informatie of heeft u vragen over overeenkomsten en de regelgeving hiervan in deze periode, neem dan gerust contact met Michelle van Bindsbergen. Voor klanten hebben wij een corona hotline ingesteld, waar u uw vraag kosteloos aan ons voor kunt leggen.    Lees ook eens: Wij steunen u als dat nodig is, Coronavirus: regelingen voor werkgevers, Corona hotline, Noodfonds Overbrugging Werkgelegenheid

 

Tags: Blog, Bax, contractenrecht, corona, coronavirus, contracten, overeenkomsten

 

Lees verder

Op de hoogte blijven?

Op de hoogte blijven?

Onze advocaten en belastingkundigen informeren u graag over actuele ontwikkelingen op het gebied van recht en jurisprudentie.

Lees ons nieuws

Medewerkers ontmoeten

Medewerkers ontmoeten

De interne samenwerking tussen dertien advocaten, een fiscaaljurist en een team van stafmedewerkers is uniek in de Achterhoek.

Medewerkers