Menu

Blog

 

Over wetten en regels raken wij niet uitgepraat. Aan elke wet zit onlosmakelijk een discussie vast. Onze advocaten en belastingkundigen houden zich graag bezig met ontwikkelingen en interessante casussen in hun eigen rechtsgebied. Dit vertalen zij naar actuele, openhartige blogs.

Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA)

13.10.2020 | Bjorn Harbers - 0 reactie(s)

 

Op 6 oktober 2020 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel Wet Homologatie Onderhands Akkoord (hierna: ‘WHOA’) aangenomen, waardoor invoering per 1 januari 2021 (of zelfs eerder) mogelijk lijkt.   Invoering van de WHOA biedt ruimere mogelijkheden om te komen tot herstructurering van schulden buiten een faillissement om. Zeker gelet op de economische gevolgen van de coronacrisis, biedt de WHOA kansen voor ondernemers om zonder een faillissement de schulden te saneren en de activiteiten te kunnen voortzetten. Kortom, een interessante aanvulling op de reeds bestaande insolventiewetgeving.   Doel van de WHOA Onder de huidige regelgeving is het voor een succesvolle en effectieve herstructurering noodzakelijk dat alle crediteuren akkoord gaan met een saneringsvoorstel.   Na invoering van de WHOA wordt het – voor in de kern levensvatbare ondernemingen – mogelijk ook buiten een faillissementssituatie om een onderhands (dwang)akkoord aan crediteuren aan te bieden. Slaagt dit onderhandse akkoord, dan dient dit door de rechter te worden bekrachtigd, waarmee ook de crediteuren die tegengestemd hebben aan het akkoord gebonden zijn. De onderneming kan dan door met haar bedrijfsactiviteiten en de werkgelegenheid blijft behouden. De WHOA heeft immers geen effect op lopende arbeidsovereenkomsten.   Inhoud en gevolgen akkoorden De inhoud van het akkoord en de als gevolg daarvan op te treden wijzigingen in de positie van de schuldeisers, bepaalt de schuldenaar in grote lijnen zelf. Daarbij moet de schuldenaar een onderscheid maken in klassen van schuldeisers, bijvoorbeeld schuldeisers met zekerheidsrechten, aandeelhouders, reguliere handelscrediteuren, belastingdienst etc. Het wordt mogelijk om aan slechts één of enkele van deze klassen een akkoord aan te bieden, bijvoorbeeld slechts aan de aandeelhouders en de financier. Voor de andere schuldeisers heeft het akkoord dan geen werking.   Van belang bij het aanbieden van een akkoord in het kader van de WHOA is dat de levensvatbaarheid getoetst wordt aan de hand van een cijfermatige onderbouwing. Indien schuldeisers die samen 2/3e deel van de schuldenlast in een bepaalde klasse vertegenwoordigen instemmen en zij door het akkoord niet in een slechtere positie komen dan in geval van een faillissement, kan het akkoord aan de rechtbank worden voorgelegd ter homologatie. De meerwaarde die gecreëerd wordt zal dan wel evenredig verdeeld moeten worden over de schuldeisers in de betreffende klasse. Tegen de uitspraak van de rechter staat geen hoger beroep open, waardoor na homologatie van het akkoord door de rechter de herstructurering direct kan worden uitgevoerd.   Beëindigen overeenkomsten In het kader van de herstructurering geeft de WHOA tevens de bevoegdheid om – als onderdeel van het aan te bieden akkoord – contracten eenzijdig te beëindigen. Daarnaast mogen (met toestemming van de rechtbank) nieuwe verplichtingen worden aangegaan, bijvoorbeeld het afsluiten van een aanvullende financiering (incl. voor zover mogelijk het verschaffen van zekerheden), zonder dat deze bij een eventueel opvolgend faillissement als paulianeus kunnen worden aangemerkt.   Bijzondere regelingen voor kleine schuldeisers De WHOA geeft naast vorenstaande specifieke regels waaraan een uitbetaling dient te voldoen. Zo geldt de voorwaarde dat kleine MKB’ers minimaal 20% krijgen van hun vordering voor geleverde goederen of diensten, of uit hoofde van onrechtmatige daad, tenzij er zwaarwegende gronden zijn dat niet te doen.   Meer weten? Hebt u vragen over deze blog, of wilt u meer over de WHOA of andere wijzen om te herstructureren, neem dan contact op met onze specialisten.  

 

Tags: faillissement, WHOA, faillissementsrecht, herstructureren

 

Lees verder

Verandering postcoderoosregeling 2021

12.10.2020 | Tom Gilsing - 0 reactie(s)

 

De afgelopen jaren zijn behoorlijk wat energiecoöperaties opgericht met het doel gezamenlijk duurzame elektriciteit op te wekken en tegelijkertijd te besparen op de energierekening. De ‘postcoderoosregeling’ speelde een belangrijke rol in deze ontwikkeling. De postcoderoosregeling is een Nederlandse belastingmaatregel voor particuliere huishoudens die zelf in de nabijheid van hun woonomgeving duurzame energie willen opwekken. In 2021 wordt deze regeling veranderd. Wij leggen hieronder uit wat deze wijziging inhoudt.   De huidige regeling   De huidige postcoderoosregeling biedt in de kern de mogelijkheid om minder energiebelasting te betalen.   Een voorbeeld. Een driepersoonshuishouden verbruikt gemiddeld 3.500 kWh per jaar. Het huidige belastingtarief voor elektriciteit is € 0,118 inclusief btw per kWh, zodat het huishouden jaarlijks ongeveer € 414,- aan energiebelasting verschuldigd is. Met de postcoderoosregeling kan eenvoudig gezegd teruggave van deze belasting worden gerealiseerd. Dat gaat in het kort als volgt.   Een coöperatie realiseert een installatie waarmee duurzame energie wordt opgewekt, meestal energie uit zon. Het bedrag om de installatie te realiseren wordt bijeengebracht door de leden (deelnemers) van de coöperatie. De opgewekte elektriciteit wordt door de coöperatie verkocht aan een energiebedrijf. Uit de verkoopopbrengst kunnen de lopende kosten van de coöperatie worden betaald, zoals de onderhoudskosten van de installatie.    De coöperatie kent de deelnemers naar rato van hun investering een deel van de door de installatie opgewekte elektriciteit toe. Een deelnemer krijgt dus bijvoorbeeld 3.500 kWh toegewezen. Over deze toegewezen hoeveelheid kan de deelnemer de door hem betaalde energiebelasting terugvragen. Dat doet de deelnemer bij de leverancier die bij hem thuis elektriciteit levert.    Deze regeling eindigt in december 2020. Lopende projecten blijven tot 15 jaar na de oorspronkelijke startdatum in de bestaande vorm doorlopen, maar nieuwe projecten vallen onder de nieuwe subsidieregeling.   Nieuwe regeling met ingang van 2021   De postcoderoosregeling verdwijnt niet, maar wordt met ingang van 2021 een subsidieregeling.  De basis blijft hetzelfde. Een coöperatie (of een VvE) realiseert een installatie waarmee duurzame energie wordt opgewekt. Het bedrag om de installatie te realiseren wordt bijeengebracht door de deelnemers van de coöperatie. De opgewekte elektriciteit wordt door de coöperatie verkocht aan een energiebedrijf. Uit de verkoopopbrengst kunnen de lopende kosten van de coöperatie worden betaald, zoals de onderhoudskosten van de installatie. Daarnaast ontvangt de coöperatie subsidie per opgewekte kWh. Voor kleine installaties € 0,146 en voor grote installaties € 0,121 per kWh. De coöperatie verdeelt dit onder haar deelnemers naar rato van de investering en de op basis daarvan aan een deelnemer toegewezen hoeveelheid elektriciteit. Een deelnemer die 3.500 kWh krijgt toegewezen krijgt daarmee dus bijvoorbeeld € 511,- uitgekeerd van de coöperatie.     De definitieve inhoud van de subsidieregeling   De details van de nieuwe subsidieregeling zijn nog niet bekend. Eind oktober 2020 wordt de conceptregeling bekend gemaakt via een internetconsultatie. Naar verwachting wordt rond de jaarwisseling de definitieve regeling gepubliceerd en (pas) in april 2021 zal de regeling worden opengesteld voor aanvragen.    Deze regeling kan vooral interessant zijn voor vastgoedeigenaren en VvE’s met daken geschikt voor zonnepanelen en instellingen en particulieren die met een coöperatieve gedachte duurzame elektriciteit willen opwekken.    Meer weten?   Wij volgen de ontwikkelingen rond deze regeling en zullen u op de hoogte houden. Heeft u vragen over de regeling of over het gebruik van daken of grond voor een postcoderoosproject, neemt u dan gerust contact op.  

 

Tags: energiewet, postcoderoosregeling, transitie, belasting

 

Lees verder

NOW 3.0: Verlenging steunmaatregel

07.10.2020 | Mike Timmer - 0 reactie(s)

 

Sinds 1 oktober jl. is de NOW 3.0 in werking getreden en deze zal gelden tot 1 juli 2021. De verlenging is hard nodig, zeker nu de Covid-19 maatregelen weer worden aangescherpt. De NOW 3.0 verschilt op een aantal punten met zijn voorgangers en kent drie tijdvakken:   NOW 3.1: van 1 oktober 2020 tot 1 januari 2021 (Aanvragen van 16 november t/m 13 december); NOW 3.2: van 1 januari tot 1 april (Aanvragen van 15 februari 2021 t/m 14 maart 2021); NOW 3.3: van 1 april tot 1 juli 2021 (Aanvragen van 17 mei 2021 t/m 13 juni 2021).   Omvang vergoeding en loonsomdaling De vergoeding van de loonkosten wordt in de drie tijdvakken stapsgewijs afgebouwd, 80% in het 1e tijdvak, 70% in het 2e tijdvak en 60% in het derde tijdvak. Tegenover de afbouw van de vergoeding bestaat nu wel de mogelijkheid om de loonsom geleidelijk te laten dalen (10% in het eerste tijdvak, 15% in het tweede tijdvak en 20% in het derde tijdvak) zonder korting op de subsidie.   Daarnaast moet er, om in aanmerking te komen voor deze steunmaatregel, vanaf het 2e tijdvak sprake zijn van een (verwacht) omzetverlies van minimaal 30% in plaats van de voor NOW 1 en NOW 2 geldende 20%.   Boete voor werkgevers die ontslagen werknemers niet helpen De korting op de subsidie in het geval van een ontslag op bedrijfseconomische gronden vervalt. Daartegenover staat wel dat de verplichting voor de werkgever om zich in te spannen voor begeleiding van de werknemer(s) naar een nieuwe baan. Voldoet de werkgever niet aan deze inspanningsverplichting, dan kan er een korting volgen van 5% op het subsidiebedrag.   Meer weten? Wij volgen alle ontwikkelingen op de voet en houden u op de hoogte. Heeft u vragen, neem dan gerust contact op met arbeidsrechtspecialist Mike Timmer.  

 

Tags: corona, maatregelen, now3, steunpakket

 

Lees verder

Op de hoogte blijven?

Op de hoogte blijven?

Onze advocaten en belastingkundigen informeren u graag over actuele ontwikkelingen op het gebied van recht en jurisprudentie.

Lees ons nieuws

Medewerkers ontmoeten

Medewerkers ontmoeten

De interne samenwerking tussen dertien advocaten, een fiscaaljurist en een team van stafmedewerkers is uniek in de Achterhoek.

Medewerkers