Menu

Blog

 

Over wetten en regels raken wij niet uitgepraat. Aan elke wet zit onlosmakelijk een discussie vast. Onze advocaten en belastingkundigen houden zich graag bezig met ontwikkelingen en interessante casussen in hun eigen rechtsgebied. Dit vertalen zij naar actuele, openhartige blogs.

Nieuwe Wet Partneralimentatie

25.02.2020 | Marthe Ceelen - 0 reactie(s)

 

Rondom partneralimentatie is er per 1 januari jl. veel veranderd. De duur dat men partneralimentatie moet betalen of ontvangt, is flink omlaag gegaan. Daarnaast wordt de fiscale aftrekbaarheid van partneralimentatie stapsgewijs afgebouwd. De gevolgen van deze nieuwe wetgeving zijn zowel voor de ontvanger als voor de betaler van partneralimentatie ingrijpend.   Partneralimentatie Er kan aanspraak op partneralimentatie worden gemaakt indien één van de echtgenoten na scheiding niet in staat is om met het eigen inkomen volledig in de eigen behoefte te voorzien. De gedachte hierachter is dat men tijdens het huwelijk een bepaalde welstand is gewend en dat in die behoefte voorzien moet worden na het huwelijk door de lotsverbondenheid die voortvloeit uit een huwelijk. Daardoor is er voor samenwoners na het beëindigen van de relatie geen uit de wet voortvloeiende verplichting tot het voldoen van partneralimentatie. Je kunt dit wel afspreken in een samenlevingsovereenkomst. De behoefte van de echtgenoten is afgestemd op het inkomen tijdens het huwelijk.    Duur van de partneralimentatie per 1 januari 2020 Tot 1994 moest men na een scheiding levenslang alimentatie voor de ex-partner betalen. In 1994 werd de maximale termijn voor het betalen van partneralimentatie, 12 jaar. Deze maximale partneralimentatie termijn is per 1 januari 2020 veranderd. De afgelopen jaren is de maatschappelijke opvatting over de duur van partneralimentatie veranderd. Het verschil in inkomen tussen mannen en vrouwen is nog altijd groot. Toch zijn steeds meer vrouwen financieel zelfstandig. Een alimentatieduur van 12 jaar vond men niet meer van deze tijd en is daarom veranderd. De alimentatieduur is vanaf 1 januari jl. teruggebracht naar de helft van de duur van het huwelijk met een maximum van 5 jaar.   3 uitzonderingen Op deze maximale alimentatietermijn van de helft van de duur van het huwelijk met een maximum van 5 jaar zijn wel uitzonderingen.   Wanneer er uit het huwelijk kinderen zijn geboren, moet er partneralimentatie betaald worden tot dat het jongste kind 12 jaar is. Dus bij deze uitzondering moet er gedurende maximaal 12 jaar partneralimentatie betaald worden. Indien men langer dan 15 jaar is gehuwd en de alimentatiegerechtigde binnen tien jaar de AOW-leeftijd bereikt, moet er partneralimentatie betaald worden tot het bereiken van de AOW-leeftijd. Dus bij deze uitzondering moet er gedurende maximaal 10 jaar alimentatie worden betaald. Indien er sprake is van een huwelijk van minimaal vijftien jaar en de alimentatiegerechtigde geboren is op of vóór 1 januari 1970 dan is er recht op 10 jaar partneralimentatie. Deze uitzondering geldt slechts gedurende 7 jaar na inwerkingtreding van de wet.   Hardheidsclausule In het wetsvoorstel is een hardheidsclausule opgenomen voor schrijnende gevallen. Indien de beëindiging van de partneralimentatie als gevolg van het verstrijken van de termijn van zo ingrijpende aard is dat ongewijzigde handhaving hiervan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet kan worden gevergd van de alimentatiegerechtigde, kan deze de rechter verzoeken een nadere termijn vast te stellen. Deze clausule is opgesteld met in gedachten de alimentatiegerechtigden die ziek zijn geworden en daardoor niet in staat zijn in eigen levensonderhoud te voorzien. Het is aan de rechter overgelaten om te beoordelen of er sprake is van een schrijnend geval. Hoe dit zal uitpakken is nu nog niet te voorzien.   Lagere aftrek partneralimentatie De fiscale aftrek voor partneralimentatie verandert ook. De betaalde partneralimentatie was in 2019 nog aftrekbaar tegen maximaal 51,75 %. Vanaf 1 januari jl. wordt dit tarief stapsgewijs verminderd. In 2020 is het maximale aftrektarief 46,0 %, in 2021 43,0 %, in 2022 40,0 % en in 2023 37,05 %. Hierdoor is de kans groot dat de bestaande partneralimentatieverplichtingen niet meer kunnen worden nagekomen. Doordat er minder belastingvoordeel wordt genoten over de betaalde partneralimentatie is de netto last hoger. Dit terwijl er bij het bepalen van de partneralimentatie nog rekening werd gehouden met de aftrekbaarheid van de partneralimentatie in het toptarief van toen bijvoorbeeld 52 %. Indien dit bij u speelt, kan het de moeite waard zijn om een herberekening van de alimentatie te laten uitvoeren.   Meer weten? Heeft u vragen of wilt u meer informatie? Onze gespecialiseerde familierechtadvocaat en lid van de vFAS Marthe Ceelen is op de hoogte van de nieuwe wetgeving en kan voor u een (her)berekening maken en adviseren wat u het beste kunt doen in uw specifieke situatie. Neem hiervoor gerust contact of stuur een mail naar m.ceelen@baxadvocaten.nl.   Lees ook eens: In de spotlight: Marthe Ceelen  

 

Tags: alimentatie, familierecht, echtscheiding, partneralimentatie, huwelijk

 

Lees verder

Terugblik op 36 jaar advocatuur

28.06.2019 | Dolf Prinsen - 2 reactie(s)

 

Binnenkort komt er een einde aan mijn arbeidzame leven in de advocatuur. Eind juni a.s. neem ik afscheid van BAX, het kantoor waar ik in september 1991 ben begonnen. Toen heette het nog Bax & Van Herpt en was het kantoor gevestigd in een woning aan de Prins Hendrikstraat in Doetinchem. Voorafgaand aan mijn komst naar de Achterhoek, -mijn geboortestreek-, werkte ik acht jaren in de advocatuur in Leeuwarden.   Vanaf begin 1983, het moment van mijn beëdiging, heb ik dus meer dan 35 jaar rechtshulp mogen verlenen, grotendeels in de familiepraktijk. De laatste ongeveer 25 jaar wisselde ik het voeren van gerechtelijke procedures af met mediation, de zogenaamde alternatieve geschillenoplossing.   Is er veel veranderd? Zo nu en dan krijg ik de vraag voorgelegd of er in ruim 35 jaar advocatuur “veel is veranderd”. Over het antwoord hoef ik dan nooit lang na te denken. Het luidt steevast: “Nee, dat valt erg mee“. De afgelopen decennia heb ik duizenden contacten gehad met cliënten met steeds wisselende vragen, die in de kern neerkwamen op dezelfde emotie. Het merendeel betrof echtscheidingssituaties. Deze worden in de beginfase vaak gekenmerkt door gevoelens van teleurstelling in de andere partner, boosheid, verdriet, gebrek aan toekomstperspectief en slechte onderlinge communicatie.   In wet en rechtspraak (jurisprudentie) zijn regels ontwikkeld die betrekking hebben op rechten en verplichtingen van de echtelieden. Regelmatig werd door de rechtzoekende verondersteld dat het toepassen van een bepaald wetsartikel automatisch de juridisch juiste oplossing met zich mee zou brengen. Het zal niet verbazen dat de praktijk gecompliceerder is, omdat in elke zaak de feiten verschillen.   Zoals vermeld, elke situatie is anders en met de vaak door mij gehoorde opmerking “mijn collega verdient hetzelfde als ik en betaalt veel minder alimentatie” of “ik heb gelezen dat het belang van het kind altijd voorop staat en daarom krijgt mijn ex-man geen omgangsregeling met de kinderen” kon ik weinig beginnen. Datzelfde gold voor uitlatingen als “ik wil wel een rechtszaak tegen de ander beginnen maar niet om het geld, het gaat mij om het principe”.   Het is algemeen bekend dat rechtszaken vaak lang duren, veel kosten met zich meebrengen en dat het resultaat niet altijd voorspelbaar is. Het oordeel van de rechter kan mee- of tegenvallen. Procederen is procesrisico. Zou een advocaat in elke rechtszaak het oordeel van de rechter kunnen voorspellen, dan was de rechter overbodig.   Mijn advies luidde soms: begin niet aan de gewenste procedure want het procesrisico is te groot en alleen om het principe moet je niet gaan procederen.   Is er dan niets veranderd in die 35 jaar? Wat mij betreft niet als het gaat om de verlangens van een cliënt, terwijl ook de emotionele kenmerken van familiezaken nauwelijks zijn gewijzigd. Wèl heeft de manier van oplossen van een geschil/ruzie in de loop der tijd enige wijziging ondergaan.   De laatste 25 jaar heb ik meer zaken door middel van een schikking tot een oplossing gebracht dan daarvoor. Ik moet daarbij denken aan de opmerking van een oud-collega in Leeuwarden die mij voorhield: "Een geschil is nooit zwart of wit maar altijd grijs". Bij de intake van een nieuwe zaak wordt het verhaal van de cliënt aangehoord en het is logisch dat deze overtuigd is van zijn eigen gelijk. Na het lezen van het verweerschrift van de andere partij moest ik soms erkennen dat feiten die door de wederpartij werden aangedragen en ander licht op de zaak wierpen. Het aanvankelijk veronderstelde 'gelijk hebben' verbleekte.   In de advisering van cliënten heb ik regelmatig naar voren gebracht dat met het oordeel van de rechter misschien niet alle problemen opgelost zullen zijn. Met andere woorden: wat heb je aan een mooie gerechtelijke uitspraak waarbij de ander is veroordeeld tot betaling van een geldbedrag indien geconstateerd moet worden dat er “niets te halen valt” of waarom strijden voor een maximale omgangsregeling met de kinderen als je weet dat dit door omstandigheden toch niet gerealiseerd kan worden.   Samengevat: in mijn optiek dient niet centraal te staan het “gelijk hebben” of “gelijk krijgen” maar een oplossing die, zo mogelijk, toekomstbestendig is. Dit is met name van belang in echtscheidingssituaties. Je neemt afscheid als partners maar je blijft levenslang beiden de ouders van een kind.   Terugblikkend: met veel genoegen heb ik de afgelopen 35 jaar de belangen van cliënten behartigd. Ik heb daarbij veel geprocedeerd, soms met mooie uitspraken en soms met teleurstellende beslissingen van een rechter. Dat is eigen aan het werk van een advocaat. Een rechter kan geen twee partijen volledig in het gelijk stellen.   Meeste voldoending De meeste voldoening heb ik gehaald uit oplossingen die partijen zelf konden realiseren. Dit gebeurde tijdens mediation, gesprekken met de advocaat van de wederpartij of op de rechtbank met sturing van de rechter. Tijdens die bijeenkomsten werden “wit en zwart” veelal “grijs”. Ook dat is een inspanning die van een advocaat verwacht mag worden. Artikel 3 van de beroepsregels van een advocaat bepaalt namelijk “de advocaat dient zich voor ogen te houden dat een regeling in der minne vaak de voorkeur verdient boven een proces”. Het zijn wijze woorden die reeds lang geleden door onze beroepsgroep zijn vastgelegd. Wat mij betreft blijft genoemde beroepsregel tot in lengte van jaren centraal staan.   Dolf Prinsen   NB. Op vrijdag 28 juni 2019 nemen wij feestelijk afscheid van onze collega Dolf Prinsen. Om die reden is ons kantoor vanaf 15 uur gesloten. Voor spoedgevallen zijn wij bereikbaar via: 06-39 57 44 14 (Mike Timmer).      

 

Tags: familierecht, dolfprinsen, dolf, pensioen, echtscheiding, mediator

 

Lees verder

Op de hoogte blijven?

Op de hoogte blijven?

Onze advocaten en belastingkundigen informeren u graag over actuele ontwikkelingen op het gebied van recht en jurisprudentie.

Lees ons nieuws

Medewerkers ontmoeten

Medewerkers ontmoeten

De interne samenwerking tussen dertien advocaten, een fiscaaljurist en een team van stafmedewerkers is uniek in de Achterhoek.

Medewerkers