Menu

Toewijding aan

uw zaak


Het zijn zware en onzekere tijden. Het coronavirus (COVID-19) houdt onze hele samenleving in haar greep. Meer dan ooit is het van belang dat we met zijn allen onze mouwen opstropen, de strijd aangaan en er sterker uitkomen. Uw zaak is onze zaak. Wij begrijpen dat u met vragen worstelt en willen u hier graag in ondersteunen. Wij staan voor u in de startblokken op juridisch én belastingkundig gebied en wensen iedereen de komende tijd veel sterkte toe. 

 

0314 - 375 500

 

Wij staan voor u klaar

Stroeve start cumulatiegrond

25.05.2020 | door Maarten Korthuis

 

Verwachtingsvol is uitgekeken naar de versoepeling van het ontslagrecht, door invoering van de cumulatiegrond (i-grond) per 1 januari 2020. Acht van de tot 24 mei 2020 gepubliceerde uitspraken hebben één element gemeenschappelijk. De i-grond heeft niet tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst geleid.   Ontslaggronden Een werkgever kan kort gezegd een arbeidsovereenkomst beëindigen op de navolgende gronden: a. Vervallen van arbeidsplaatsen b. Langdurige ziekte (arbeidsongeschiktheid) c. Frequent ziekteverzuim d. Disfunctioneren e. Verwijtbaar handelen f. Gewetensbezwaren g. Verstoorde arbeidsverhouding h. Andere omstandigheden i. Cumulatiegrond   De cumulatiegrond Door de Wet Arbeidsmarkt in Balans is de cumulatiegrond, (i-grond) toegevoegd aan het bestaande lijstje, strikt gehanteerde gronden voor ontbinding van een arbeidsovereenkomst. De i-grond is een combinatie van niet volledig voldragen ontslaggronden, waarbij door de combinatie daarvan, onder omstandigheden, er toch een redelijke grond voor ontbinding kan zijn. Van combinatievorming zijn uitgesloten verval van arbeidsplaatsen, langdurig ziekteverzuim en gewetensbezwaren.   Bij toewijzing van ontbinding op de cumulatiegrond kan de rechter, als aanvullende vergoeding, maximaal de helft van de transitievergoeding toekennen.   Waarom geen ontbinding op de i-grond? Bij de onderzochte uitspraken werd de i-grond doorgaans vorm gegeven door een combinatie van disfunctioneren en/ of verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsverhouding.   In vrijwel alle uitspraken was de rechter van oordeel, dat namens de werkgever onvoldoende onderbouwd was waarom de combinatie van twee niet voldragen ontslaggronden tot ontbinding zou moeten leiden. Enkele rechters meenden dat het niet aan hen was zelf op zoek te gaan naar argumenten waarom op basis van de cumulatiegrond ontbonden zou kunnen worden. Enkele rechters meenden dat de stringente regels die gelden voor een ontslag op basis van disfunctioneren omzeild zouden kunnen worden, wanneer door een combinatie met een andere niet voldragen ontslaggrond toch tot ontbinding gekomen zou kunnen worden. Ook werd er in uitspraken waarde aan toegekend, dat de gecombineerde gronden niet nagenoeg voldragen waren. Ten slotte werd in enkele uitspraken overwogen ter afzwakking van de aangevoerde g-grond (verstoorde arbeidsverhouding), als element van de cumulatiegrond, dat de werkgever te weinig had gedaan om de verhoudingen te normaliseren.   Eén kantonrechter toonde zich inlevend door de  frustraties van een werkgever te begrijpen en benoemen over een niet ideale, achteroverleunende werknemer zonder pro actieve opstelling. Ontbinding zou echter pas in beeld komen als de werknemer beter voorgehouden zou worden wat er verwacht werd en hij gewezen zou worden op de consequenties, als de verwachtingen niet waargemaakt zouden worden.   Conclusie Indien de eerste uitspraken over de cumulatiegrond de toon zetten voor de toekomst is het zinvol:   te onderbouwen waarom de combinatie van twee of meer onvoldragen ontbindingsgronden alsnog tot ontbinding moet leiden; bij de te combineren ontslaggronden uit te gaan van gronden die niet volledig voldragen zijn, maar wel serieus beargumenteerd kunnen worden als afzonderlijke ontslaggrond.   Tot slot Reden voor invoering van de cumulatiegrond is onder meer werkgevers te stimuleren werknemers sneller en vaker voor onbepaalde tijd in dienst te nemen. Er zou voor werkgevers minder risico zijn, nu ontbinding van de arbeidsovereenkomst via de i-grond eerder zou slagen, ook al zou niet volledig voldaan zijn het strakke keurslijf van een individuele ontslaggrond. Als de toon die door de eerste uitspraken gezet is de maatstaf wordt, valt te bezien of de beoogde stimulering in de praktijk bereikt wordt.   Meer weten? Wilt u meer weten over de i-grond of heeft u een arbeidsrechtelijk vraagstuk, neem dan gerust contact op met Maarten Korthuis of een van onze andere gespecialiseerde arbeidsrecht advocaten.    Lees ook eens: Ontslag wegens disfunctioneren, Ontslag op staande voet, Aanspraak op geboorteverlof verruimd (deel 1), Aanspraak op geboorteverlof verruimd (deel 2)  

Lees verder

Samen overleden op huwelijksreis: conflict erfenis

13.05.2020 | door Edo Moll

 

Het gerechtshof in Den Haag heeft op 12 mei 2020 in een erfrechtzaak een interessante uitspraak gedaan in hoger beroep.   Overlijden echtpaar Een echtpaar op huwelijksreis in de Dominicaanse Republiek kwam kort na elkaar te overlijden. De hoofdregel in het erfrecht is dat de echtgenoot die later overlijdt, het gehele vermogen erft van de echtgenoot die als eerste overlijdt. In dit geval overleed eerst de vrouw en kort daarna de man. Dat betekent praktisch dat de familie van de man uiteindelijk ook het vermogen van de vrouw erft.   De rechtbank oordeelde vorig jaar dat het in deze zaak - bij wijze uitzondering - redelijk was om te doen alsof beiden tegelijk waren overleden. Dat zou betekenen dat de helft van het vermogen naar de familie van de man zou gaan en de andere helft naar de familie van de vrouw.   Uitspraak Hof Het hof heeft dit in hoger beroep op 12 mei 2020 teruggedraaid. Het oordeel van het hof komt erop neer dat de letterlijke tekst van de wet moet worden gevolgd. Dat is beter in verband met de ‘rechtszekerheid’. Klik hier om de hele uitspraak van het hof te lezen.    Meer weten? Wanneer een dierbare overlijdt, is het laatste wat je wil dat er ook ruzie over geld ontstaat. Het is heel belangrijk om dat zoveel mogelijk te voorkomen. Als de twee echtgenoten bij een notaris een testament hadden laten opstellen, waren deze nare rechtszaken niet nodig geweest. Neem bij vragen gerust contact op met erfrechtspecialist Edo Moll.    Lees ook eens: Wet bescherming erfgenamen tegen schulden, Casus: Wie is de erfgenaam?, Kan een huisdier erven?, Het belang van een executeur

Lees verder

Corona maatregelen in Frankrijk

29.04.2020 | door Marie-Alice Pissarro Bras

 

Het coronavirus heeft ervoor gezorgd dat Frankrijk sinds 17 maart jl. in lockdown is gegaan.    De beslissing van de Franse regering heeft niet alleen impact op de Fransen en het Franse bedrijfsleven, maar ook op Nederlandse ondernemingen die aanwezig, dan wel actief zijn in Frankrijk.   In deze blog wordt uitgebreid ingegaan op de maatregelen die de Franse regering heeft genomen om het bedrijfsleven tegemoet te komen en is gericht op Nederlandse ondernemingen met belangen in Frankrijk.   Hieronder worden de volgende onderwerpen behandeld:   Noodgezondheidswet; Fiscale- en sociale verzekeringsmaatregelen; Werkgelegenheidsmaatregelen: Werktijdverkorting; Thuiswerken; Vakantiedagen/rustdagen; Lenen/uitlenen van medewerkers; Overige maatregelen om het bedrijfsleven tegemoet te komen: Solidariteitsnoodfonds; Uitstel van betaling van electra- en waterfacturen alsmede commerciële huur;  Lening met overheidszekerheid; Maatregelen per sector; Contractuele verplichtingen.   Noodgezondheidswet Om de regering de 'tools' te geven om snel te kunnen reageren alsmede effectieve maatregelen ter bestrijding van het coronavirus en de gevolgen daarvan te overzien, heeft het Franse Parlement een noodgezondheidswet aangenomen: de coronavirus noodwet. In het kort kent de noodwet aan Président Macron en zijn regering de bevoegdheid toe om noodmaatregelen te treffen van tijdelijke aard. De noodwet geeft de regering de mogelijkheid om van het wettelijke stelsel af te wijken.   Op 24 maart jl. zijn de eerste noodmaatregelen genomen. Deze maatregelen zijn op 25 en 27 maart jl. aangevuld met nieuwe maatregelen dan wel met de uitbreiding van de reeds genomen maatregelen. Een aantal van de genomen maatregelen zijn met terugwerkende kracht vanaf 12 maart jl. ingegaan.   In het kort behelst het doel van de maatregelen het voorkomen c.q. beperken van negatieve gevolgen van de coronacrisis, onder andere op het gebied van economische, financiële en sociale aspecten, maar in het bijzonder de impact van de crisis op het bedrijfsleven en om het effect daarvan op de werkgelegenheid zoveel mogelijk te bestrijden c.q. te beperken.   Fiscale- en sociale verzekeringsmaatregelen   Nederlandse werkgevers in Frankrijk (met en/of zonder vestiging in Frankrijk) kunnen, inzake hun financiële verplichtingen totale of gedeeltelijke uitstel van betaling aanvragen bij het URSSAF. Inzake de financiële verplichtingen die op de werkgever rust omtrent de deelname (verplichte deelname) aan de ouderdomsverzekering Agirc-Arrco, is uitstel van betaling voor de maanden maart en april  toegestaan.   Loop je als werkgever vertraging op in de betaling van je financiële ouderdomsverzekeringplichten, bijvoorbeeld als je de maand februari nog niet hebt betaald, dan kun je de aangifte voor de maand februari alsnog indienen met als betaald bedrag € 0  dan wel een bedrag gelijk aan de helft van het nog te betalen bedrag.   In ieder geval is betaling c.q. het afdwingen (door de bevoegde instanties) van betaling van de sociale lasten uitgesteld tot na 24 juni 2020. Echter kan deze termijn verlengd worden indien de lockdown ook verlengd wordt.    De vestigingen in Frankrijk die tijdens de lockdown een omzetdaling, als gevolg van de coronacrisis, hebben opgelopen, kunnen een btw-aanbetaling, in plaats van het volledige bedrag, met vermelding van COVID-19 op de BTW-aangifte, doen. De tolerantie geldt, op dit moment, in principe ook voor de btw-aangifte van mei.    Let wel, deze maatregelen zijn van tijdelijke aard. Dientengevolge kunnen deze op elk moment worden gewijzigd.   Werkgelegenheidsmaatregelen   De genomen noodmaatregelen beogen het voorkomen, voor zover mogelijk, van ontslagen op grond van economische redenen.             Activité partielle / werktijdverkorting   Nederlandse werkgevers zonder vestiging in Frankrijk kunnen ook een beroep op deze maatregel doen mits de werkgever minimaal één werknemer in dienst heeft die in Frankrijk zijn activiteit voor en namens de werkgever uitvoert en mits de werkgever onderworpen is aan de Franse wettelijke- of CAO premies en bijdragen alsmede onderworpen is tot een verplichte aansluiting bij de werkloosheidsverzekering. Indien de arbeidsovereenkomst onder Frans recht is aangegaan is dit vaak het geval.   Alvorens een “activité partielle” in te voeren dient de werkgever eerst een verzoek bij de Direccte (gedeeltelijk te vergelijken met het UWV) in te dienen en de goedkeuring daarvan af te wachten. Indiening en goedkeuring daarvan geschiedt achteraf, dan wel kan achteraf geschieden. De procedure rondom de indiening en goedkeuring is versneld en vereenvoudigd.   Indien een goedkeuring afgegeven wordt, worden deze maatregelen voor maximaal 12 maanden verleend.   De werknemer krijgt een uurvergoeding uitbetaald die overeenkomt met 70% van zijn brutoloon. De uurvergoeding kan, in beginsel, niet lager worden vastgesteld dan € 8,03. De werknemer krijgt ongeveer een vergoeding van 84% van zijn netto salaris uitbetaald.   De werkgever krijgt het betaalde bedrag, ter hoogte van maximaal 4,5 maal de gegarandeerde minimumlonen (Smic), vergoed. Het bedrag dat boven de 4,5 maal de gegarandeerde minimumlonen komt, is voor rekening van de werkgever en wordt dus niet vergoed.    Verder is de door de werkgever betaalde vergoeding vrijgesteld van sociale lasten- en bijdragen die, in beginsel, voor rekening van de werkgever komen. Wel is het bedrag onderworpen aan de CSG (6,2%) en aan de CRDS (0,5%). De CSG en de CRDS zijn specifieke sociale lasten waarvan bijna nooit wordt afgeweken. Deze worden door zowel de werknemer als de werkgever betaald.   Op dit moment dient de werkgever binnen 30 dagen, te rekenen vanaf het moment dat hij toepassing op de maatregel heeft gedaan, het verzoek ter goedkeuring in.   Let op! De “activité partielle” is een ultimum remedium. Dat wil zeggen dat de werkgever eerst alle andere mogelijke maatregelen ter voorkoming van werkloosheid in dient te zetten. Doet hij dat niet, dan zal een verzoek tot “activité partielle” wellicht niet gehonoreerd worden.   Télétravail/thuiswerken     De “télétravail” hoort tot één van de mogelijkheden om de “activité partielle” te voorkomen.   In beginsel kan het télétravail/thuiswerken slechts met toestemming van de werknemer plaatsvinden. Gaat de werknemer niet akkoord met het thuiswerken dan mag de werkgever hem/haar niet dwingen om op afstand te werken. Echter, gezien de huidige situatie en vanwege de kans op  besmettingsgevaar, mag de werkgever voor zover dat dit mogelijk is van zijn werknemers eisen dat deze vanuit huis blijven werken. Immers eist de overheid van de werkgever dat hij van de gelegenheid van “télétravail” gebruik maakt. De arbeidsovereenkomst dient te worden gewijzigd met een addendum voor de tijd dat de maatregelen in werking blijven. De werknemer mag het tekenen van het addendum niet weigeren.             Vakantiedagen en/of rusttijden vaststellen oftewel RTT   De vaststelling van vakantiedagen en/of het inzetten van rustdagen (RTT) behoren ook tot één van de mogelijkheden om gebruik van de “activité partielle” te vermijden c.q. voorkomen.   In ieder geval levert dit eventueel de mogelijkheid om nog in de toekomst een beroep op deze maatregel te doen.   De regels inzake de vaststelling van vakantiedagen zijn, in beginsel, in een cao (op niveau van de onderneming, van de branche dan wel op nationaal niveau) opgenomen. Bij gebrek van een cao wordt het wettelijke stelsel (Code du travail) toegepast. Op grond van de wet (art.L3141-16 C.t) heeft de werkgever het voorrecht om de vakantiedagen vast te stellen. Vaststelling van de vakantiedagen geschiedt dus eenzijdig door de werkgever. Wel dient de werkgever met een aantal criteria c.q. voorwaarden rekening te houden. De wensen van de werknemer vormen geen criterium c.q. voorwaarde waarmee de werkgever, in beginsel, rekening dient te houden. Maar in de praktijk is het zo dat de werkgever de werknemers vraagt om hun wensen schriftelijk kenbaar te maken.  Verder dient de werkgever de werknemer minimaal 1 maand voor de datum van de vakantie de werknemer van die datum te informeren. Tevens is de werkgever bevoegd eenzijdig de vakantiedata te wijzigen mits hij een termijn van 1 maand respecteert.   Nu de tijdelijke wettelijke maatregelen gelden mogen werkgevers vakantiedagen en rustdagen vaststellen en/of wijzigen zonder dat aan de termijn van 1 maand wordt voldaan. Wel geldt dat deze bevoegdheid slechts tot een bepaald aantal dagen (6 vakantiedagen en 10 rustdagen) beperkt wordt.   Toch lijkt uit de noodwetbepalingen dat de werkgever een collectieve overeenkomst (met toepassing van de noodmaatregelen op het niveau van de collectieve onderhandelingen) op het niveau van de onderneming (of branche) dient aan te gaan voordat hij van het vakantiestelsel af kan wijken. De meningen zijn hieromtrent verdeeld omdat de maatregel niet duidelijk is. Dit wordt per geval beoordeeld.   Lenen/uitlenen van werknemers   Terwijl dit in beginsel verboden is, moedigt het Franse Ministerie van Sociale zaken en werkgelegenheid (Ministère du Travail) het (uit)lenen van werknemers tussen ondernemingen aan. In deze bijzondere periode wordt het (uit)lenen van werknemers als een middel ter voorkoming van werkloosheid gezien alsmede een middel ter voorkoming van de “activité partielle”.   Let op: tekst gaat onder het beeld verder.   Vragen? Neem dan gerust contact op met Marie-Alice Pissarro Bras. Of bent u geïnteresseerd in een kennissessie over zaken doen in Frankrijk en de juridische aspecten hiervan? Laat uw e-mailadres achter, zodat we u kunnen uitnodigen.     Overige maatregelen om aan het bedrijfsleven tegemoet te komen   Solidariteitsnoodfonds   Het doel van het solidariteitsnoodfonds is financiële steun te bieden aan kleine bedrijven. Deze steun is tweedelig. De bedrijven die in aanmerking willen komen voor de financiële steun kunnen aanspraak maken tot € 1.500. Dit bedrag wordt door de Franse overheid toegekend en kan met een bedrag van € 2.000 tot € 5.000 worden vermeerderd (dit wordt door de Regio toegekend).   Om voor financiële steun in aanmerking te kunnen komen dient het bedrijf zijn activiteit voor 1 februari 2020 te hebben gestart. Daarnaast dient het bedrijf minder dan 10 werknemers in dienst te hebben en de omzet mag niet meer dan € 1 miljoen bedragen. Verder mag de winst uit het vorige boekjaar, vermeerderd met de bedragen die aan de bestuurder betaald zijn, niet hoger te zijn dan € 60.000. Tot slot komen bedrijven waarbinnen de zeggenschap door een andere vennootschap wordt uitgeoefend niet in aanmerking voor de financiële steunmaatregelen.     Uitstel van betaling van elektra- en waternota's alsmede commerciële huur   Bedrijven die hun facturen sinds het inroepen van de noodtoestand niet hebben kunnen voldoen mogen geen vertragingsboeten opgelegd krijgen.   Verder kunnen bedrijven die moellijkheden ondervinden bij het betalen van hun water-, gas- en elektriciteitsrekening een verzoek bij de leveranciers indienen tot minnelijke verlenging van de betalingstermijnen. Dit verzoek hoeft niet schriftelijk te geschieden.   In ieder geval volgt uit de wettelijke noodbepalingen dat het verboden is:   levering van elektriciteit, gas en water te onderbreken of op te schorten tot de datum waarop de noodtoestand wordt beëindigd; toepassing van geldelijke sancties, vertragingsrente, schadevergoeding, activering van garanties of borgstelling in geval van wanbetaling bij de betaling van huur of huurlasten met betrekking tot professionele en commerciële gebouwen waarvan de betalingsvervaldatum plaatsvindt tussen 12 maart 2020 en het verstrijken van een periode van 2 maanden na de datum van beëindiging van de noodtoestand.   Verder krijgen bedrijven de mogelijkheid om:   betaling van achterstallige facturen van water en elektra mogen worden verspreid over een periode van 6 maanden na het einde van de noodtoestand. Achterstallige commerciële huurlasten mogen geen boete opleveren tot op de datum van twee maanden na het einde van de noodtoestand.     Om tot de hierboven beschreven maatregelen in aanmerking te komen dient het bedrijf aan dezelfde voorwaarden te voldoen dan degene die gelden om in aanmerking te komen tot de financiële steun via de solidariteitsnoodfonds.   Lening met Overheidszekerheid   Daarnaast gaat de Franse regering financiële steun bieden aan bedrijven door uitzonderlijke zekerheden bij leningen te verstrekken aan die bedrijven die door de crisis in liquiditeitsnood zijn geraakt. Deze garanties betreffen een bankfinanciering van totaal 300 miljard euro.   Met uitzondering van de SCI (Civiele vastgoedvennootschap), kredietinstellingen en financiële instellingen, kunnen alle andere ondernemingen, ongeacht de doelstelling en de vorm, gebruik maken van de aangeboden zekerheid. De bankinstellingen dienen hun cliënten de lening c.q. financiële producten, op welke de overheidszekerheden rusten, aan te bieden.   De leningsaanvraag dient voor 31 december 2020 te worden gedaan.   Maatregelen per sector   Naast de hierboven opgesomde “algemene” maatregelen welke, in beginsel, van toepassing zijn op alle bedrijven die aan de voorwaarden voldoen, heeft de Franse overheid ook per sector tijdelijke bepalingen c.q. regelingen getroffen om aan de specifieke nood van die sector tegemoet te komen c.q. steun te bieden. Het is echter niet zo dat gezegd kan worden dat bedrijven in nood een beroep kunnen doen op de getroffen maatregelen en dat deze direct gehonoreerd zullen worden. Er dient per geval te worden gekeken of de maatregel waarop een beroep wordt gedaan ook daadwerkelijk van toepassing is.   Contractuele verplichtingen De overheid heeft geen bijzondere tijdelijke bepaling opgenomen inzake het niet nakomen van contractuele verplichtingen jegens handelspartners, zoals bijvoorbeeld de rechten en verplichtingen uit een distributie-koopovereenkomst.   Vanwege de coronacrisis en de maatregelen die door de overheid zijn genomen, zijn bedrijven in een situatie terechtgekomen waarin ze hun contractuele verplichtingen jegens de wederpartij/handelspartner niet meer (volledig) kunnen nakomen.   Buiten specifieke gevallen van bedrijven, belast met overheidsbouwopdrachten, is de opvatting dat de crisis op zichzelf nog geen overmacht oplevert. Er dient per geval te worden gekeken of er zich omstandigheden voordoen die een beroep op de overmachtsclausule rechtvaardigen.   Met andere woorden heeft de overheid op dit gebied geen uitzonderlijke noodmaatregelen getroffen, waardoor de “gewone” wettelijke bepalingen (artikel 1218 Code civil) en de jurisprudentie alsmede de contractuele bepalingen van toepassing blijven.   Dientengevolge dient eerst te worden gekeken of de overeenkomst in een overmachtsclausule voorziet. Een te algemeen geformuleerde clausule kan interpretatieproblemen opleveren, terwijl een doeltreffende clausule die een epidemie/pandemiegebeurtenis als overmachtssituatie heeft opgenomen geen interpretatieproblemen inzake de bedoeling van partijen oplevert. Toch kan in beide situaties een beroep op overmacht onrechtvaardig zijn.   Op dit moment is het niet mogelijk te voorspellen hoe de Franse rechter, geconfronteerd met een procedure waar een beroep op overmacht is betwist, zal reageren. Er zijn al twee uitspraken bekend (C.A Douai, 5 mars 2020 - n° 20/00400, C.A Colmar, 6e ch., 12 mars 2020, n° 20/01098) waar een beroep op overmacht gerechtvaardigd is bevonden. Wel dient meteen te worden opgemerkt dat in beide zaken geen sprake was van niet nakoming (op grond van overmacht) van verplichtingen uit een commerciële overeenkomst.   Tot slot worden op het gebied van het handelsverkeer, de overmachtsclausules door de Franse rechter strikt geïnterpreteerd c.q. getoetst. Een beroep op artikel 1195 van de Franse Civiele Code (theorie de l’imprévision: onvoorzienbaarheid) kan partijen, of een daarvan, een uitweg bieden voor het geval dat een beroep op overmacht zou niet slagen.   Meer weten? Heeft u vragen, is er iets niet duidelijk of wilt u meer informatie? Neem dan gerust contact op met Marie-Alice Pissarro Bras. Als specialist in het arbeidsrecht, ondernemingsrecht en contractenrecht is zij de enige in Nederland die haar beroep in Frankrijk, Portugal èn Nederland mag uitoefenen en adviseert u graag.  

Lees verder

Advocatuur

Advocatuur

Uw zaak is onze zaak. U vindt bij BAX gepassioneerde advocaten die strijden voor uw belangen om het optimale resultaat voor u over de streep te trekken.

Over advocatuur

Belastingrecht

Belastingrecht

De gedreven belastingkundigen van BAX weten de weg in het fiscale landschap. Wij stropen graag onze mouwen op wanneer wij met kennis en denkkracht in de fiscale regelgeving duiken.

Over belastingrecht

Actief en actueel

 

Wij delen graag onze kennis en benutten daarbij de kracht van social media. Met de nieuwsbrief en onze openhartige blogs blijft u op de hoogte van actuele ontwikkelingen in ons werkveld.

Medewerkers ontmoeten

Medewerkers ontmoeten

De interne samenwerking tussen dertien advocaten, een fiscaaljurist en een team van stafmedewerkers is uniek in de Achterhoek.

Medewerkers

Op de hoogte blijven?

Op de hoogte blijven?

Onze advocaten en belastingkundigen informeren u graag over actuele ontwikkelingen op het gebied van recht en jurisprudentie.

Lees ons nieuws

(ON)TEVREDEN over BAX?

 

Start onderzoek

BAX advocaten belastingkundigen

Edisonstraat 86

7006 RE Doetinchem

0314 - 375 500

info@baxadvocaten.nl

Winnaar 2019